Vertalen

Posts tonen met het label elektromagnetische kracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label elektromagnetische kracht. Alle posts tonen

donderdag 3 september 2020

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 7 – Donkere materie – helix – kosmisch web – donkere energie - rustmassa – magnetisme – GEODE’s - Energie “E”

 

Donkere materie – helix – kosmisch web – donkere energie - rustmassa – magnetisme – GEODE’s - Energie “E”

 

De helix (helices)

In het kader van mijn theorie en specifiek aangaande het onderwerp van de donkere materie wil ik ook de helices een plaatsje geven en kort benoemen.

Wij kennen allemaal de schitterende voorstellingen hoe wij, de aarde; zon; ons melkwegstelsel met duizelingwekkende snelheid voortbewegen rond elkaar en door ons universum. Ook de grote structuren volgen hun snelle pad ten opzichte van elkaar en hierbij richting gegeven door de donkere energie.

De donkere materie lijkt zich onmiskenbaar traploos mee te bewegen op dit kosmische pad. Het is niet zo dat wij ineens op dit pad een zone met willekeurige meer of minder donkere materie passeren. De wetten van de onderlinge gravitatie blijven altijd constant en veranderen niet ineens. Dat wat wij donkere materie noemen is dus onlosmakelijk verbonden met de massa (objecten, gas, straling etc.) van de voortsnellende massa en verandert dus niet.    

 

Afstoting op kosmische schaal is nooit van toepassing

Waarom stoten objecten elkaar niet af op kosmische schaal terwijl kwantummechanisch wel afstoting voorkomt (bijvoorbeeld elektronen in een bepaalde schil om het atoom waar maar ruimte voor een bepaald aantal is)? Dit doet mij afvragen waarom er dan in planetenbanen of maanbanen om een planeet niet meerdere in dezelfde baan voorkomen? Of is dit niet waar?, want als ik bijvoorbeeld de ringen om Saturnus bekijk zijn er wel vele objecten in dezelfde baan. Ook hebben wij gezien dat door gravitatie losse objecten tot elkaar aangetrokken worden in de loop van de tijd tot grotere objecten. Zelfde baan-range objecten trekken elkaar dus aan op kosmisch niveau. Wat er na het samenvoegen gebeurt is afhankelijk van de plaatselijke gravitatie-omstandigheden. Dus of het object ingevangen wordt door het centrale object of in een andere baan belandt is afhankelijk van de omstandigheden. 

Wij zien in ieder geval geen afstoting. Ringen zoals bij Saturnus het geval kunnen dus ook gezien worden als manen in wording in verschillende baanhoogten rond de planeet. Maar ook omgekeerd kan het geval zijn na botsingen. Dan is de materie gefragmenteerd zoals in ringen als om Saturnus bijvoorbeeld. Of het weer manen worden hangt af van de gravitatie. Als de onderlinge gravitatie van de brokstukken (ijs en puin e.d.) groter is dan de gravitationele werking van de planeet vormt zich een nieuwe maan. Is die van de planeet groter dan worden de brokstukken ingevangen door de planeet. Aanvankelijke invang door de planeet en later voor de overgebleven materie klontering tot een maan is natuurlijk ook denkbaar. Ook gelijktijdige processen van invang door de planeet en maanvorming kunnen zich naar mijn mening voordoen.  

 

 Kosmisch web

Het vorige item over afstoting doet mijn belanden bij het kosmisch web. Hiervoor heb ik in mijn theorie hierover geschreven als de “sponsachtige structuur”.

Volgens nieuwe opvattingen en veronderstellingen zouden de gaten in de hiervoor genoemde kosmische structuur in hun “leegheid” verantwoordelijk kunnen zijn als de aanjager van de uitdijing van ons universum (donkere energie).

Vanuit mijn theorie kan dit niet, ik ga hier op zich niet verder op in en verwijs naar wat ik al geschreven heb. Anderzijds zou er in dit soort omstandigheden – als er sprake is van een (volmaakt) vacuüm een aanzuigende werking moeten plaatsvinden. (Je zou dan moeten verwachten dat ons universum implodeert maar wij zien juist het omgekeerde).  

Een vacuümwerking, omvattend aanwezig om ons universum, is overigens het enige mechanisme dat ik mij kan voorstellen bij het steeds sneller uiteendrijven van objecten of structuren in ons universum. De “gaten” in het kosmische web kunnen daar niet in passen, ik kan dit verder op geen enkele wijze beargumenteren dat het wel zo zou wezen dus ik laat dit voor wat het is. Een omgekeerde vacuüm werking veroorzaakt door de holten in het kosmische web lijkt mij natuurkundig gezien eenvoudigweg ook niet kunnen.

Vanuit mijn theorie redeneer ik wel naar het bestaan van anti-zwaartekracht of anti-gravitatie. Dit kan spelen in bepaalde omstandigheden van magnetisme. Ook hier verwijs ik kortheidshalve naar mijn eerdere publicaties. De anti-gravitatie doet zich evenwel onder zulke omstandigheden voor dat deze zich op kosmisch niveau nooit grootschalig kunnen voordoen. Afstoting van grote(re) objecten veroorzaakt door anti-gravitatie komt dus niet voor.

Blijft over datgene wat wij op kosmische schaal maar ook op kwantumniveau zien gebeuren en dat is aantrekking, gravitatie.

Onderwijl ik dit stukje aan het editen ben lees ik een bericht op internet waarin een verdere uitleg van dit verschijnsel van mogelijke bron van donkere energie verklaard wordt uit een soort tegenovergestelde zwarte gaten (GEODE’s). “Generic Objects of Dark Energy (GEODE’s) zouden bestaan, zwarte gaten die niet bestaan uit gewone materie, maar uit donkere energie.” Dit wijkt even zover af van mijn theorie dat hier even niet verder op in ga. Als dit waar is dan is natuurlijk een deel van mijn theorie onhaalbaar en zal ik op zoek moeten naar nieuwe mechanismen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere onderdelen van mijn theorie. Ik heb echter nog geen echte heel simpele eenvoudig te bewoorden argumenten gezien die mij op dit moment tot andere inzichten zouden kunnen brengen. Met name op nieuwe inzichten die uitzonderingen maken op de algemene relativiteitstheorie (ART) of de speciale relativiteitstheorie (SRT) ben ik wat terughoudend. Helemaal als deze nieuwe inzichten mee gecalculeerd moeten worden in het oer-evenement waaruit ons universum is ontstaan. In het speciaal als er geen elementen zijn vermoed of aangewezen die gewezen zouden hebben op de noodzaak van nieuwe benaderingswijzen. In mijn theorieën blijft alles van kracht zonder uitzonderingen. Hierbij richt ik speciale aandacht op de situatie voor het oer-evenement (oerknal bijvoorbeeld) dat ons universum creëerde. Van dat laatste vind ik dat dit onderwerp te weinig belicht wordt in de theoretische fysica terwijl het wel voor de basis stond van onze werkelijkheid.    

 

Kan donkere materie omgezet worden in donkere energie?

Vanuit mijn visie gezien kan dit dus helemaal niet. Ten eerste zijn het twee verschillende fenomenen. Ten tweede: donkere materie is in mijn optiek ook daadwerkelijk materie. Donkere energie is een vacuümwerking veroorzaakt door een door mij in mijn theorieën reeds vaak omschreven fenomeen. Dat neemt niet weg dat ik denk dat materie voortkomt maar ook uiteindelijk weer opgaat in pure “E” (energie). Wij zijn niet anders dan een 4-dimensionale ontlading (van de ontelbare) uit de door mij omschreven 1 dimensionale “oertoestand”.    

 

Zegt het vacuüm (type 3) en materie iets over “E”?

Naar mijn stellige mening wel. Ik ga niet meer in detail in op mijn bewering omdat ik vind dat ik dat in mijn eerdere publicaties al uitvoerig gedaan heb.

Wat ik op dit punt wil verduidelijken en eventueel toevoegen voor zover ik dit al niet omschreven heb is dat donkere energie, hierboven genoemd, met zich meebrengt dat de 1 dimensionale “E” toestand consistent is in samenstelling en niet “uitgerekt” kan worden als een soort 3-dimensionaal membraan of -elastiek. Als dit namelijk wel zo zou zijn dan zou de vacuümwerking niet kunnen optreden. Ons universum met al zijn structuren zou dan imploderen. Wel vind ik het denkbaar dat spanningen, een soort “rimpelingen”, in de 1 dimensionale entiteit onder invloed van een voorkomend donkere energie-entiteit in een universum een (nieuwe) 4 dimensionale ontlading kan veroorzaken zoals ik heb omschreven. Maar dat komt dan zuiver voort uit de enorme kosmische trekkrachten van de verschillende fenomenen, (de 1 dimensionale entiteit (heelal) en een 4 dimensionale entiteit (een universum), op elkaar.

Noot: ik schrijf over de 1 dimensionale toestand omdat dit even als best mogelijk is voor mij om te beschrijven en voor te laten stellen door de lezer. Het liefst spreek ik zelf over de “Paradox” zoals ik deze toestand voor mijzelf voorstel. De 1 dimensionale toestand heb ik in mijn publicaties de 1e hoofddimensie (het (oer)heelal) genoemd. Wij leven in de 2e hoofddimensie (onze werkelijkheid, ons universum).   

 

Valt dit te verifiëren?

Misschien met het volgende gedachten experiment:

Een willekeurig deeltje in ons universum gehoorzaamt aan de volgende wet: het heeft een massa en als het draait dan heeft het een elektrisch en een magnetisch moment. Of het deeltje nou stilstaat of beweegt, al deze 3 eigenschappen heeft het in zich verenigd.

Versnellen wij het deeltje voorbij de lichtsnelheid en nog veel verder daarboven tot een fractie beneden de waarde (snelheid) c2 dan gaat het deeltje over in de toestand “E”. Het voldoet dus niet meer mee aan de voorwaarden voor een 4-dimensionale toestand. Voor de snelheid c2 vergt het wel enorme hoeveelheden energie om te versnellen. Gaandeweg, boven de (licht)snelheid van ca. 300.000 km per seconde gaan zich processen voordoen. Golflengtes veranderen en verschuiven naar beneden totdat zij de waarde nul (bij c2) hebben. De frequenties verminderen op enig moment ook tot 0 en hebben hun elektromagnetische eigenschappen verloren. Waardes schijnen dus te veranderen tot onder het ons bekende spectrum. Gelijktijdig in dit proces verruilt het deeltje zijn hoedanigheid van materie in die van energie “E.

Dit proces is niet hetzelfde als het invangen van materie (en dus ook lichtdeeltjes) in een zwart gat. Bij een zwart gat is de heersende kracht de gravitatie en hier is dat die van donkere energie. De energieën en afstanden gepaard gaande bij donkere energie liggen oneindig veel hoger dan die van de versnellingsenergie en afstanden ten gevolge van zwarte gaten. Dus de uitwerking op materie is ook significant anders.

 

Wat is dan “E” en hoe ziet “E” er dan uit?

Ergens in- of aan het eind van de situatie dat er geen sprake meer is van golflengte en/of frequentie manifesteert de “E” zich. Het deeltje bergt zoveel energie in zich dat het energie is en deel uitmaakt van de integrale “E” toestand. Dit tot op een moment dat “E” kan vertragen en zich vormen tot (een) deeltje(s). Eenmaal vertraagd zijn deeltjes gevangen in de toestand van 4 dimensionale werkelijkheid met een maximale snelheid van ca 300.000 km per seconde. Sneller kan eenvoudigweg niet meer en zijn dus gedoemd om de 4 dimensionale toestand te houden totdat zich een situatie voordoet waarbinnen zij weer terug kunnen keren naar de “E” toestand. Dat vergt heel veel energie. Vanuit dit oogpunt is het zelfs voor te stellen dat deeltjes eenmaal voortgekomen uit de “E” toestand deze nooit meer (helemaal) terug kunnen bereiken. Hoewel dit laatste slechts een overweging is. Leidend is bij mij de gedachte dat de 1e hoofddimensie oneindige energie in zich bergt. Om materie met oneindige energie terug te versnellen tot “E” is dus een aannemelijke mogelijkheid voor mij.    

Frequentie is dus blijkbaar ook een factor bij het terugkeren tot de “E”-toestand. Anders dan het terugzetten van een deeltje tot een deeltje dat slechts stilstaat hebben wij hier dus ergens anders mee te maken. Wij hebben niet te maken met bijvoorbeeld zeer hoge druk en samenpersing waarbij stilstand optreedt maar uiterste versnelling. Het omgekeerde hiervan zeg maar want de versnelling speelt zich af naar de buitenzijde van ons universum, dus in een groter volume.

 

Overgang van materie naar “E”

Het deeltje met zijn elektromagnetische eigenschappen gaat dus over van toestand (van materie naar “E”). Anders dan waar een materiedeeltje een eigen domeintje vertegenwoordigt in onze werkelijkheid neemt een “E” entiteit een andere gedaante aan. Het eigen “domeintje” verdwijnt en gaat over in een egale toestand van integrale “E”, de paradox (de eendimensionale toestand). Er is geen sprake meer van tijd en ook afstand neemt een andere, paradoxale, toestand in. Hier zijn de kenmerken: oneindige afstand versus geen afstand en oneindige tijd versus geen tijd, alle vier de eigenschappen in zich verenigd. Hier heb ik in mijn eerdere publicaties uitvoerig over geschreven.

 

Zegt de in ons universum aanwezige hoeveelheid materie iets over de samenstelling van de eerste hoofddimensie (“E” -toestand)?

In mijn ogen dus wel. Als wij alle materie in ons universum nemen (inclusief alle straling) en vermenigvuldigen maal het kwadraat van de lichtsnelheid dan komen we tot de totale “E” – equivalent. Het enige dat wij nog moeten weten is waar de overgang van ons universum in die van de paradoxale 1 dimensionale toestand precies gelegen is. Daarbij sluit ik zeker niet uit dat ons universum door de vorm van de oerontlading en mogelijk ook draaiing ook (iets) afgeplat of vervormd is en niet een volmaakte ronde vorm in alle richtingen heeft.

Als wij dit weten dan kunnen wij aan de hand van de inhoud en de totale massa een “egale” 3-dimensionale verdeling maken van die massa. Dus een egale aaneengesloten verdeling bestaande uit een enkelvoudige entiteit veronderstellen. (Volmaakt en aaneengesloten in elkaar opgegaan tot een egale, homogene, 1 dimensionale toestand maakt dit dus deel uit van de 1 dimensionale 1e hoofddimensie).

Deze toestand huisvest de basis-ingrediënten van het elektromagnetisme (materie, elektriciteit en magnetisme) in zijn meest elementaire vorm. Deze ingrediënten verworden zich tot materie bij de vorming uit een ontlading in een nieuwe 4-dimensionale werkelijkheid als de onze waarin wij leven.

In deze overweging heb ik nog geen rekening gehouden met eventuele invloeden van annihilatie (en hoe wij dit verder moeten interpreteren) aan het begin van de vorming van ons universum op bovenstaande berekening. Annihilatie veroorzaakt voor zover ik nu overzie ook geen veranderingen in mijn theorie.

 

Uit de speciale relativiteitstheorie volgt dat een deeltje met een rustmassa groter dan 0 nooit de lichtsnelheid kan bereiken. Een foton heeft dan ook geen rustmassa

In mijn hoofdstuk 5 ben ik al wat uitgebreider op dit onderwerp ingegaan.

De snelheid die een foton behaalt is de snelheid van een foton en de daarbij behorende fenomenen kunnen wij onder andere meten aan straling (bijvoorbeeld met onze ogen waarneembaar licht).

Echter deze snelheid is bij verre niet (nagenoeg onmogelijk want het vergt oneindige energie om deze te bereiken) de snelheid benodigd voor “E”. Als het echt de snelheid had voor “E” dan zou die snelheid c2 moeten zijn. Dat kan niet zoals ik eerder heb opgemerkt. Er is dus geen enkel beletsel om altijd massa toe te kennen aan een foton, los of in golven. Sterker nog: het is zo.

 

Magnetische werking verdwijnt bij fysische verstoring

Verwarming, druk, inwerking van kinetische evenementen, (botsingen etc.) hebben hun uitwerking op magnetische werking van objecten. Door dit soort evenementen die op kosmisch niveau op overwegende schaal spelen wordt het magnetisme teruggedrongen op de meest basale (kwantum) uitingsvormen. De atomen zijn immers uit hun rangschikking gehaald en als dit eenmaal is gebeurd dan hersteld zich dat niet meer automatisch.   

Dit schrijf ik ook omdat het mij fascineert in het licht van mijn theorie waarom de fotonen zich bij een magneet of magneetveld anders lijken te gedragen dan bij een lamp bijvoorbeeld. Ik denk dat hitte een belangrijke rol speelt.

 

Magnetische krachtlijnen

Zoals ik hierboven genoemd heb is bij een magneet (waarbij het materiaal dus magnetisch in tact is) sprake van krachtlijnen waarvan ik denk dat die bestaan uit fotonenstromen. Ik stel mij voor dat fotonen onderweg in een krachtlijn losse elektronen of andere deeltjes mee kunnen nemen door elektromagnetische binding en die eenmaal binnen het materiaal of object (voornamelijk en in het bijzonder op kosmische schaal) mede “aangroei” van massa kunnen veroorzaken. Dit gezien naast de gewone gravitationele werking dat van een object uitgaat.   

  

Elektrische ontladingen

Tussen twee tegenovergestelde polen kunnen elektrische ontladingen optreden. Elektronen verplaatsen zich van de ene naar de andere pool. Wat mij opvalt is dat een elektrische ontlading altijd op de kortere afstand lijkt af te spelen. Terwijl magnetisme een verschijnsel op grote (kosmische) schaal is. Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat elektriciteit niet speelt op kosmische schaal want dat doet het juist wel. Magnetisme en elektriciteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een elektrische ontlading van bijvoorbeeld pool a naar pool b of een blikseminslag is altijd op de relatief korte afstand. Magnetisme strekt zich kosmisch uit (1/r2). Dit echter alleen binnen een 4 dimensionale werkelijkheid zoals de onze bijvoorbeeld. Daarbuiten gelden de wetten een andere dimensie (1 dimensionaal).    

 

Deeltjes niet “naakt” in mijn visie

Fotonenstromen rondom een magneet bijvoorbeeld kunnen interactie hebben met losse elektronen. Mijn theorie moet bezien worden uit het feit dat ik alle (elementaire) deeltjes in het spel van de kwantumdynamica niet als losse deeltjes zie maar als onderdeel van een magistraal “spel” met andere deeltjes. Bijvoorbeeld bij de elektronen in een baan om een atoomkern veronderstel ik een brede interactie met fotonen. En ga zo maar door. Dus ook in de kern van het atoom. 

 

­Ik zoek naar verklaringen met instandhouding van datgene wat al onderzocht is en bevestigd

Nogmaals wil ik stellen dat ik mijn denkbeelden probeer in te passen naar datgene wat er al is onderzocht en vastgesteld. Dit is mijn uitgangspunt. Mocht ik afwijken van opvattingen hoe interactie van de uitwerking van diverse theorieën op elkaar inwerken dan is dat mijn interpretatie. Dus expliciet mijn interpretatie en combinatie met uitleg van mijn visie op de waarnemingen- en onderzoeken die door anderen gedaan zijn.

 

Copyright Fred Baumgart

 

 

 

 

zaterdag 28 december 2019

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 4 - mijn visie op magnetisme



Magnetisme

Ik voeg dit hoofdstuk toe omdat magnetisme een bijzondere plaats inneemt in mijn waarnemingen van hoe onze werkelijkheid is opgebouwd. Ik wil geen diepgaande verhandeling geven over magnetisme op zich want daar is al voldoende onderzoek naar gedaan. Meer wil ik ingaan op magnetisme in de context van mijn theorieën en de parallellen die ik zie in het in elkaar grijpen van de fysische processen. Magnetisme, waarvan de werking zich uitstrekt van kwantum tot kosmische schaal, is een prachtige fysische uitingsvorm - en geeft daarom inzicht - van optreden van sommige natuurkundige processen die zich ook voordoen en aanwezig zijn in andere processen. Bijvoorbeeld bij hoeveelheden atomen in andere materialen dan bijvoorbeeld ijzer waarbij de atomen niet “magnetisch gerangschikt zijn” en waarbij de buitenste elektronenschillen dus niet massaal en eenduidig en gelijkgericht de zelfde kant opdraaien.

Bij magnetisme is sprake van een elektromagnetische golf die zich door- en langs (in tegenovergestelde richting) de magneet of het magnetische veld beweegt. Doordat het een elektromagnetische beweging betreft is hierin zowel de magnetische- als de elektrische component aanwezig.


HOE ONTSTAAN MAGNETISCHE VELDEN?

Magnetisme is een op universele schaal voorkomend verschijnsel. Zonder dit verschijnsel is onze wereld waarin wij leven, onze werkelijkheid, niet mogelijk. Er zijn vele manieren waarop magnetisme optreedt. Voor het beeld in de context van mijn theorieën benadruk en noem ik er enkele om mijn visie duidelijk te kunnen maken.

A. In objecten met verschillende lagen die ten opzichte van elkaar bewegen.

In bijvoorbeeld de Aarde treedt als gevolg van de beweging van de kern ten opzichte van hogere lagen een verschil in snelheid op. Dit veroorzaakt een sterke reorganisatie van fotonen in de atomaire ruimtes van de diverse lagen ten opzichte van elkaar in een bepaalde richting. De fotonen komen massaal in beweging tussen de atomen in een stroom die zich in afgebogen banen gaat bewegen door- en rondom het object heen. Ik stel mij voordat de elektronen pas in beweging komen als er een verbinding ontstaat of bestaat waardoor deze zich kunnen gaan bewegen naar een gebied met een lagere spanning. Bijvoorbeeld ten gevolge van een geleidingsdraad tussen de polen van een hoefijzermagneet. Als er geen verbinding is dan moet er wel alleen sprake zijn van verplaatsing van fotonen.  


B. In gewone magneten.

Hier ontstaat de fotonenstroom doordat de fotonen intern in de atomaire ruimtes van de magneet door de polariteit van de atomen in een bepaalde richting worden geleid. Aan het eind verlaten de fotonen het object. Aan de andere zijde van het object treedt een tekort op dat weer opgevuld wordt door fotonen die de atomaire ruimtes van het object weer ingaan en beweging naar de andere pool. Rondom de magneet zal het fotonenoptimum zich ook weer gaan herstellen. Dit treedt dan op in de vorm van banen waarin het overschot van de ene zijde zich het tekort aan de andere zijde als het ware opvult tot het te bereiken optimum. Dit hiervoor omschreven mechanisme verklaart ook waarom tegenovergestelde polen van magneten elkaar aantrekken en dezelfde polen elkaar afstoten. Dit aantrekken is dus het geval van noord-zuid en zuid-noord tegen elkaar aanhouden. Twee uitzendende polen stoten elkaar af. Twee ontvangende polen trekken elkaar ook niet aan, fotonen verdringen zich bij het aanvullen en het zoeken naar het optimum in hun splitsing naar welke magneet zij gaan. Door de werking van de fotonen treedt in deze laatste twee gevallen (noord op noord en zuid op zuid) een vorm van “anti-zwaartekracht” op. 

Ik voeg dit onderwerp toe omdat magnetisme in ons universum een massaal optredend verschijnsel is. Doordat magnetisme een aantrekkingskracht of afstotingskracht bezit heeft het een verband met donkere materie. Immers, hoe klein of groot de schaal, door veranderingen in het magnetisch veld verandert de aantrekkingskracht tussen objecten. Dus kan er spontaan donkere materie verdwijnen of worden toegevoegd? Dit lijkt ook hoogst onwaarschijnlijk.



D. Op atomair niveau waarin deeltjes actief zijn. Door “spin” (links of rechtsom draaiend) wekken zij een magnetisch veldje op.  

Magnetisme kan door verschillende oorzaken worden opgewekt. Bijvoorbeeld bij het aardmagnetisch veld in de ruimte ordent zich het canvas van straling ook naar de invloed van de magnetische activiteit van de Aarde.

Gerelateerde afbeelding

Magnetisch veld van de Aarde. Afbeelding: nasa.gov

Hier boven heel bijzonder een impressie van het aardmagnetisch veld. Let ook speciaal in de context van mijn theorieën op de verschillen in de vormen van de krachtlijnen en de hoeveelheden hiervan van de zonzijde vergeleken met de donkere zijde. Mede belangwekkend vanuit mijn gehele theorie is dat het magnetisch veld ingedrukt en uitgerekt kan worden. Dit houdt mede in dat er een rechtstreekse wisselwerking aanwezig moet zijn tussen het canvas van straling (zowel deeltjes straling als fotonenstraling als welke straling dan ook) dat inwerkt op het magnetische veld. In de lijnen zoals in de afbeelding heersen volgens de regels van de algemene relativiteitstheorie van Einstein verschillen in de ruimtetijd. Immers volgens mijn verklaringen van het canvas heersen er verschillende diktes in concentratie. Wij kijken dus ook aan tegen een vorm van zwaartekrachtgolven, zo is mijn overtuiging.    

Bij magnetisme spelen elektronen en fotonen de hoofdrol. Slechts in een aantal metalen kan magnetisme duidelijk zichtbaar gemaakt worden, waarvan ijzer de belangrijkste is. Magnetisme kan natuurlijk ook zichtbaar gemaakt worden door het voeren van een elektrische stroom door een koperen leiding bijvoorbeeld. Dan ontstaat er een magnetisch veld rond de draad.

Bij magnetisme van een magneet hebben de elektronen om de kern een eenduidige draaiing per atoom, voor de voorstelling - linksom of rechtsom (niet te verwarren met de “spin” want dat betreft het deeltje zelf). Door deze draaiing om de kern richten de atomen zich om en om in aaneen geschakelde “strengen” van in gelijk geschakelde richting. De elektronen in de buitenste schil draaien dan ook in gelijke richting om de kernen. Zij vormen ketens van opeenvolgende in dezelfde richting draaiende elektronen. Hoe perfecter de rangschikking geordend is des te sterker is de magneet. Breek je een magneet in tweeën in de breedte dan ontstaan er twee magneten met dezelfde eigenschappen.

Als je de twee uiteinden een stukje uit elkaar houdt voel je feitelijk wat er zich in de magneet moest afspelen zoals deze twee delen nog aan elkaar zaten. 

Door deze snoeren gaan zich, in interactie met elektronen, fotonen bewegen van de ene pool van de magneet naar de andere pool.
Aan het eind van de "interne" reis gekomen maken de fotonen in een gebogen baan op verschillende afstand van elkaar een "externe" reis naar de andere kant van de magneet. Dit is een tot zeer sterke  werking die in meerdere gedaanten zijn uitwerking kan hebben, bijvoorbeeld het aardmagnetisch veld. Dit veld is zo sterk dat levensgevaarlijke straling uit de ruimte grotendeels wordt tegengehouden door dit veld en afgevoerd richting de polen zodat wij ertegen beschermd zijn

De fotonen in het vrije deel hangen naar mijn voorstelling niet stil anders is de gehele “cirkel” doorbroken. De fotonen vormen (voor een deel) weer de aanvulling aan de nadere kant.


Beschrijven elektronen de magnetische baan intern en extern?

Ik denk niet dat de elektronen die rol vervullen in het magnetisme zoals ik dat beschreven heb. Een vele malen grotere hoeveelheid elektronen in de atomaire ruimte als aanwezig om het atoom “draaiende” te houden lijkt mij niet logisch. Ook niet dat de elektronen als het ware in een richting opgezweept worden in de magneet om daarna weer in een boog aan de andere kant terug te keren lijkt mij ook onlogisch. Het enige logische lijkt mij dat fotonen geneigd zijn deze weg volgen. Daar zijn er ook genoeg van.


Kan je dat testen?

Als je een hoeveelheid materie hebt en je creëert een ruimte (zowel buiten als binnen de atomen) waar totale afwezigheid van fotonen (en canvas van straling) heerst, behoudt een magneet dan zijn sterkte?

En zo ja, wat ik niet denk, welk deeltje of deeltjes zijn dan verantwoordelijk voor het optreden van de magnetische verschijnselen van de magneet?


Magneet zwaartekrachtspeelgoed?

Is een magneet een zwaartekrachtmachine en omgekeerd een anti-zwaartekracht machine? Kunnen wij dat zeggen?
Ik zal de vraag het binnen het kader van mijn theorieën trachten te beantwoorden. 
In mijn theorie stel ik dat de elektromagnetische kracht en de zwaartekracht een en dezelfde kracht zijn die beiden door fotonen (in de hoofdzaak) worden overgebracht. De magnetische golf van de oscillatie van het foton is hier de werkende kracht die de zwaartekracht teweegbrengt. De relatieve magnitude is laag maar deze is er onmiskenbaar wel.

Uit het vervolg van mijn artikelen zal blijken dat ik van mening ben dat fotonen altijd een spin hebben en ook altijd een massa vertegenwoordigen, ook als zij in een golf voortbewegen. Daarom denk ik ook dat fotonen altijd een magnetisch moment hebben. Bijvoorbeeld in een elektromagnetische golf reizen de fotonen aaneengeschakeld met de plus- aan de minpool van het volgende foton enzovoort voort.

Bij magnetisme komen de fotonen in hun volle belang weer naar voren.

In gevallen van materialen die geen magneet zijn is er natuurlijk wel een soort magnetisme, alleen de elektronenschillen wijken in hun draaiing af van die waar wel magnetisme is. Het speelt alleen op een veel kleinere schaal. Zelfs in een enkel atoom is er sprake van (een complex samenspel van) magnetisme.

Zoals ik in dit stuk opmerk is datgene wat wij zwaartekracht noemen een gevolg van een residuele werking van de sterke kernkracht op fotonen. Hierdoor kunnen verschillende concentraties in aantrekkingskracht optreden waardoor onze werkelijkheid, die waarin wij leven, mogelijk wordt. Ik heb hierover reeds veelvuldig geschreven.

Bij twee gelijkgestemde polen stoten de fotonen elkaar af en bij tegenovergestelde trekken zij elkaar aan en speelt het bovengenoemde effect van rondgang intern en extern op grotere schaal. Bij afstoting kan een van de magneten zweven ten opzichte van de andere. (Zie ook magnetische treinen). Als het ware overruled het laatstgenoemde effect de plaatselijke zwaartekracht.

Andere materialen als de magneet hebben geen overheersende magnetische eigenschappen, echter bij de magnetische trein bijvoorbeeld worden ook alle niet aan magnetisme onderhevige massa zoals de reizigers, kleding en andere materialen gewoon opgetild.

Het lijkt mij volstrekt onwaarschijnlijk dat er in het geval van aantrekken er ineens en ter plaatse veel meer en bij afstoten ineens veel minder donkere materie zich tussen de fotonen en het materiaal is gaan vormen. Het klinkt ook tegenstrijdig en onlogisch. Ook zeer snel vervallende deeltjes kunnen niet de oorzaak van het verschijnsel zijn. Tenzij de fotonen ten gevolge van de magnetische werking dit verschijnsel veroorzaken.

Magneten in de ruimte schijnen dezelfde eigenschappen te hebben als hier op de Aarde. Dit komt omdat elektromagnetische straling, anders dan bij geluid, zich ook in de ruimte kan verplaatsen. Dus ook de bij breken van een magneet krijgen wij dezelfde effecten als op Aarde. Vormt zich dan ook meer of verdwijnt donkere materie dan ineens, nee natuurlijk niet.

Als je bij magneten gelijke polen tegen elkaar houdt volgt afstoting. Dit komt doordat de elektronen van de buitenste elektronenschil dezelfde draaiing hebben en daarmee het gedrag en richting van de fotonen beïnvloeden. Bij aantrekking juist omdat de elektronen de tegenovergestelde draaiing hebben. Het ligt er dus aan van welke richting je het bekijkt.

Bij verhitten van een magneet verliest het de magnetische eigenschappen en wordt gedemagnetiseerd. Toevoeging van straling heeft dus een verstorende werking. Bij sterke mechanische inwerkingen zoals stoten kan er ook een verandering plaatsvinden. De impact van de botsing verstoort dan de ligging intern van de atomen binnen in de magneet waardoor het zijn kracht – deels – verliest.


Zouden fotonen ook stil kunnen staan?

In januari 2019 kreeg ik een merkwaardig en bijzonder inzicht betreffende fotonen.

Ik dacht aan magnetisme van een rond object zoals de Aarde bijvoorbeeld. Dat er een drukte van belang heerst van fotonen daar ben ik wel achter, alleen de banen van het aardmagnetisch veld zetten mij te denken, ook omdat ik laatst dacht aan de ringen van Saturnus en waarom die zich precies in het midden van het magnetisch veld manifesteren.

Saturnus toont in dit kader ook nog een bijzonder verschijnsel. Namelijk zijn ringen, die zich prachtig in het midden van de planeet gevormd hebben. Precies waar de magnetische banen de grootste relatieve boog ten opzichte van de magnetische zuid- en noordpool maken. Door de situatie van de bogen is er een andere concentratie van fotonen dan aan de voor- en achterzijden, die daarvoor niet optimaal gelegen zijn mede door de richting van de inkomende of uitgaande fotonen van de polen. Dit verklaart mijns inziens ook deels waarom deeltjesstraling, uitgezonden door bijvoorbeeld de zon afgebogen worden door het magnetische veld. Immers wij zien het noorderlicht of het zuiderlicht. De inkomende deeltjes worden traploos ingevangen door het magnetische veld en worden in de richting van de polen geleid.

De samenstelling van de krachtlijnen van de fotonen in het midden gelegen van de beide magnetische polen zorgt  voor verschillen in de concentratie van gravitatie. Ook het magnetisch krachtveld van de planeet zelf tezamen met de middelpuntvliedende kracht (want de ringen willen ook weg bewegen van de planeet) oefenen hun krachten uit. Samen zorgen zij er voor dat de ringen hun prachtige vorm hebben kunnen innemen.

    


Afbeelding uit Wikipedia, aardmagnetisch veld.

Dit lijkt tegenstrijdig als je beziet in mijn voorbeeld van de deeltjes van het noorderlicht die naar de polen worden bewogen en het voorbeeld van de ringen van Saturnus die stil in het midden blijven hangen.

Individuele fotonen lijken dus een soort van eigen zuid- en noordpool te bezitten welke haaks gericht staat naar de kern van het (in dit geval ronde) object.

In het geval van gravitatie heb je naar mijn mening te maken met twee verschillende werkingen die naast elkaar van kracht zijn.

1.     Die vanuit het object zelf. De fotonen staan noord-zuid geordend aaneengeschakeld haaks op het object en;
2.     Die vanuit de magnetische werking door- en rondom het object. De fotonen staan noord-zuid geordend aaneengeschakeld en voeren door de magnetische veldlijnen.

Samen maken zij deel uit van het gehele canvas van straling, hebben interactie en beïnvloeden elkaar wel, maar voeren zij hun specifieke werking uit. Gevolg is dat ook hier verschillen in concentraties van het canvas van straling optreden.

Hoe sterker de magnetische eigenschap (en zwaarte) van het object hoe sterker de werking van de fotonen langs de magnetische banen er omheen. (Stel het voor als driedimensionaal gedrag van ijzervijlsel rondom een rond object). Om het object heen vormen zich dus krachtlijnen van fotonen die in het midden groter zijn en toelopen naar de polen toe. (Zie de afbeelding hierboven, weergegeven in een sferisch object).







Magnetische veldlijnen 2 dimensionaal gevisualiseerd met ijzervijlsel. Afbeelding uit Wikipedia magnetisme.


Elders in dit stuk heb ik geconcludeerd dat de fotonengolven in de lengte niet uitrekbaar zijn (met inachtneming van de vacuümfactor, hier kom ik later op terug, ook in het perspectief van de algemene relativiteitstheorie van Einstein). Aan de breedterichtingen zijn zij echter wel in concentratie te beïnvloeden (zwaartekrachtlenzen bijvoorbeeld). (Ook in “los” verband overigens is de aantrekking onderling aanwezig). De fotonen van magnetische velden ondervinden dezelfde effecten om een object heen. Daardoor is het magnetische veld sterker naarmate je dichter bij het object komt. Totdat het object zijn magnetische eigenschappen, door wat voor oorzaak ook, verliest natuurlijk.  

Fotonen klitten niet aan elkaar en zoeken in de ruimte van- en rondom de objecten automatisch de juiste dichtheid in de vorm van een optimum. Hierdoor ontstaat het driedimensionale fotonen-canvas waarvan ook de stralingsbundels (golven) van fotonen (die er kriskras ook doorheen gaan) deel uit maken.

Als magnetische velden optreden – zo is mijn stelling dus – komen er plaatselijk wisselende concentraties van fotonen tot stand die door de magnetische velden worden veroorzaakt. (Dit is een afgeleide van mijn CRSK theorie). Ook in situaties dat er geen (sterk) magnetisch veld is treedt deze concentratie van fotonen op, alleen (veel) minder sterk. De fotonen formeren en groeperen zich naar de vormen van de krachtlijnen die wij waarnemen als de onderhavige magnetische banen van het object.

De fotonen blijven zich geconcentreerd ophopen rondom de atomen en spelen het spel mee als de elektronen van baan verwisselen. Bij hevigere evenementen zoals het aansteken van een lamp bijvoorbeeld komen ten gevolge van de hevige reacties waarbij veel elektronen betrokken zijn gebeurtenissen op gang. Deze gebeurtenissen ontladen zich (mede) in gerichte uitzending van fotonen, hierover later meer.    

Vanuit mijn theorieën vloeit dus de stelling voort dat fotonen een heel bijzondere plaats innemen in vraagstukken rond gravitatie (en volgens mij dus ook donkere materie). En ook of zij een actieve en doorslaggevende rol spelen bij evenementen waarbij magnetische betrokken is. Fotonen en ook die  betrokken zijn bij magnetisme zijn volgens mij de wezenlijke bestanddelen van wat wij “zwaartekracht” noemen. Ik ga er voorlopig in mijn stellingen van uit dat fotonen die zich rondom elektronen ophouden dit doen in een baan om het elektron. Het is bekend dat bij processen op kwantummechanische schaal (bijvoorbeeld sommige waarbij annihilering tussen een elektron en een positron optreedt) een foton wordt losgelaten. Ik ga hier even niet verder op in want dan dwaal ik te veel af van mijn onderwerp.

Hoe sterker de magnetische eigenschap hoe meer fotonen geconcentreerd aanwezig zijn. Het neemt echter niet weg dat bij een object dat geen magnetisme opwekt (bijvoorbeeld bij een statische kern van een hemellichaam) geen concentratie van fotonen optreedt. Dit is weer het geval maar alleen relatief minder. Hoe zwaarder en meer opeengepakt de atomen zijn hoe meer fotonen zich ook in- en rondom het object ophouden. Gevolg: meer effect dat wij zwaartekracht noemen. 

We kennen allemaal het voorbeeld van een sleutelbos dat aan een ijskast wordt opgehangen. De zwaartekracht van onze planeet met zijn enorme massa legt het af tegen de magnetische werking van de magneet. Klopt mijn redenering dan niet? De sleutels kunnen alleen maar blijven hangen door de ordening van de atomen en de gang van de fotonen in de krachtvelden en werking zoals ik hierboven en in mijn theorie heb beschreven. Verifieerbaar? Ja, ik denk het wel. Laat de magneet maar eens langzaam zijn werking verliezen door deze te verhitten of anderszins zijn werking te laten verliezen. Er komt een moment dat de aantrekkingskracht van de Aarde het glansrijk gaat winnen van de magneet. De sleutels vallen naar de Aarde toe en op enig moment de magneet zelf ook. Wat is er dan veranderd aan de magneet? Alleen maar de onderlinge ordening van de atomen, meer niet.

Er zijn legio andere voorbeelden te bedenken. In iets andere omstandigheden: zet de stroom uit van een magnetische trein. Hier wordt de elektronenstroom stopgezet (met gevolgen voor de fotonen in de interacties) waardoor het magnetische veld op slag verdwijnt. Gevolg: de trein zakt terug naar de rails ten gevolge van het opheffen van de (negatieve) zwaartekracht ter plaatse. Verifieerbaar? Dit is al talloze malen aangetoond.

En zo kan ik voorlopig nog wel even doorgaan.
Mijn conclusie kan dus niet anders zijn dan:

Zwaartekracht = elektromagnetische kracht = magnetisme = donkere materie.

In mijn artikel “Mijn zienswijze en termen” geef ik een bondige uitleg van de basisgedachten van waarop ik mijn artikelen baseer.


Copyright Fred Baumgart




woensdag 4 september 2019

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 3 – nadere inleiding visie tot Donkere Materie


Kan straling van fotonen objecten wegduwen?

Dat is een interessant gegeven want:

·         dan zou straling zowel een afduwend als aantrekkend effect tegelijkertijd (kunnen?) hebben, tenzij in de lengterichting van de bundel een ander effect plaats vindt als in de breedte van de lichtstraal;
·         zeer krachtige lasers vernietigen hun doel in plaats van het met geweld weg te blazen. Straling wordt dus (al dan niet deels) opgenomen. Wat niet opgenomen kan worden of weer uitgestraald veroorzaakt vernietiging en op zijn minst beschadiging van het object ten gevolge van de opname van (een deel van) de aangestraalde straling.

Dit gegeven lijkt mij ook eens aardig om te bestuderen middels wetenschappelijke experimenten. Het lijkt mij zeer interessant om objecten (als zij geraakt worden door krachtige lasers) onder diverse omstandigheden te bestuderen en te kijken wat de effecten zijn.
Hebben zij de neiging om aangetrokken te worden tot de straal of juist weggeduwd bijvoorbeeld. Wat ik zie is dat het door het object heen snijdt of er gewoon dwars doorheen gaat.

Bij wegduwen zou een verdichting van de bundel – tenzij de bundel geheel of gedeeltelijk weerkaatst wordt - in de lengte voor de hand liggen. In dat geval neemt het aantrekkende effect ook toe over het canvas van straling gezien. Immers de intensiteit neemt toe van de aanwezige straling. De snelheid van de golf neemt dan blijkbaar ook af. Zijn de fotonen van de golf dan ook materie geworden met een rustmassa groter dan 0? Want de snelheid is dan immers lager dan de lichtsnelheid.

De relatieve hoeveelheid straling zorgt voor de vorming van de baan en positie van objecten in ons universum. Rechtstreekse fluctuaties in de straling zoals veroorzaakt door onze Maan veroorzaken effecten als getijden. Zou straling objecten wegduwen dan zou er geen bult ontstaan bij de getijden maar een “deuk” bijvoorbeeld, een omgekeerde vloed. Ik spreek dus expliciet over fotonenstraling, overige straling zoals deeltjesstraling uitgezonden door de Zon bijvoorbeeld bedoel ik niet.

Overigens is het grappig om te overzien dat de werking van het canvas van straling tussen bijvoorbeeld 3 objecten (Zon, Aarde en Maan) elkaar in werking (aantrekkingskracht naar het object toe) kan opheffen. Op enig punt of punten (bij wisselende aantallen objecten) is de aantrekkingskracht tussen object 1,2 of 3 gelijk.


Zonnewind en zonnezeilen

In samenhang met mijn stellingen neemt dit gegeven een  vreemde plaats in. Er zijn experimenten aan de gang of reeds al gedaan waarmee met grote zeilen in de ruimte een object het universum ingeblazen wordt door middel van de zonnewind.

Dit lijkt strijdig te zijn met mijn theorieën. Het lijkt dat alsof directe fotonenstraling objecten in de lengte afduwt en in de canvaswerking juist aantrekt. Ik denk dat het met steeds grotere snelheid verwijderen in de ruimte van een object mede wordt veroorzaakt door deeltjesstraling (elektronen, protonen e.d.) welke zijn ontsnapt aan de gravitatie van een ster. De maximale bijdrage in snelheid van een object lijkt mij in dit geval van deeltjesstraling niet meer te kunnen bijdragen als tot maximaal ca 500 a 700 km per seconde.

Het lijkt dat door fotonen aangedreven zonnewind dus niet mogelijk is. Tenzij de materiele samenstelling (dikte en materiaal) van de zeilen zodanig is dat er (door weerkaatsing) geen - of nagenoeg geen - “ankerwerking” in de atomen van waaruit het zeil is samengesteld kan optreden. Om ook nog een object met toenemende snelheid voort te trekken dat voortgetrokken wordt door het zonnezeil lijkt mij dan op basis van fotonenaandrijving alleen onder dit soort omstandigheden te kunnen voortkomen. Het effect zal – in tegenstelling tot de ontelbare andere objecten in de ruimte - zeer gering zijn. Mijn theorie is dus dat de aantrekking vele malen groter moet zijn dan onder eventuele speciale en gecreëerde afstotende omstandigheden. Hoe het ook zij, om te kunnen werken moet de samenstelling van het lichtzeil voldoen aan de voorwaarde dat de ankerwerking in de atomen van het lichtzeil dusdanig verstoord is dat er een omgekeerde - dus afstotende (dun, licht en weerkaatsend) - werking is ontstaan.  
Natuurlijk is de relatieve afstand en massa van een object in de nabijheid of waarvan het zonnezeil zich moet verwijderen van groot belang. Als je zou starten met uitvouwen, vlak boven de grond hier op Aarde valt het zeil meteen naar de grond. Je moet dus ver genoeg af zijn van het object waarvan je afstand wilt nemen. Natuurlijk moet je ook zorgen dat er geen andere objecten hun gravitationele invloed kunnen uitoefenen op het zeil.    

Tevens zal het zeer de moeite waard zijn om te onderzoeken welke straling er wel en welke er niet door het zeil heen gaat en tot waar in het spectrum er weerkaatst gaat worden door het zeil.

Net als de ontsnappingssnelheid van fotonen van de ster moet licht dat ontsnapt van het zonnezeil ook een ontsnappingssnelheid hebben. Het lijkt mij niet dat een zonnezeil – ook gezien binnen het kader van mijn theorieën over deze onderwerpen - een negatieve ontsnappingssnelheid van fotonen kan kennen.

Is dit gegeven van voortstuwing op basis van fotonen-zonnewind verifieerbaar en/of falsifieerbaar?
Ja, met een of meer krachtige (op kernbrandstof werkende) laser(s) in de ruimte (of indirect aangestraald via de Aarde, dat is beter dan rechtstreeks) zouden wij zeer gericht in frequentie variabele fotonenstraling kunnen loslaten op een zonnezeil. Een hoog energetische laserstraal afvuren tezamen met de al reeds aanwezige zonnestraling zou natuurlijk een geweldig onderzoeksperspectief brengen.

Met het zonnezeil wordt een verandering in het ter plaatse aanwezige canvas van straling aangebracht. Immers achter- en voor het zeil treedt een verandering in samenstelling in intensiteit van het canvas op waardoor het effect kan optreden. (Bij zware objecten aantrekking en bij superlicht – zonnezeil afstoting).


Hoe kunnen fotonen hun snelheid, onder andere die van zichtbaar licht, bereiken?

Ik heb hier vaak over nagedacht en kan nergens een antwoord hierover lezen. Voor mijzelf visualiseer ik het als een cumulatieve “superordening” als gevolg van een evenement dat op grote schaal gebonden fotonen vrijlaat in de lengterichting van de straal gericht of rondom de bron.

Zoals ik het visualiseer en probeer over te brengen gebeurt er iets als volgt:
Vanuit de “trigger”, bijvoorbeeld een lamp of andere oorzaak wordt er straling van verschillende energierijkheid geproduceerd vanuit een bron. Deze straling van fotonen verdwijnt vanaf de bron in alle richtingen met de (relatieve) lichtsnelheid onder correctie van de vacuümfactor (straling die vanuit de bron direct in- of door het object zelf beweegt even buiten beschouwing gelaten) zoals ik deze elders in dit stuk omschrijf. De fotonen die uitgezonden worden vanuit de bron komen uit alle richtingen uit de atomen in- en vanuit de nabijheid van de bron en ook uit de vrije ruimte (het canvas van straling). Dit canvas zorgt weer voor aanvulling van het evenwicht van fotonen ter plaatse.

De fotonen worden begrenst in hun snelheid tijdens dit proces in hoeverre de vacuümfactor dat ter plaatse toelaat. In de lengterichting kunnen fotonen dus nooit vrij worden in ons universum, simpelweg omdat zij niet uit de straal kunnen ontsnappen. De onderlinge afstand van de fotonen in de golf geeft de intensiteit van de straling aan in mijn voorstelling.

Superordening of supervrijlating na een evenement volgt altijd na de binding ten gevolge van de CRSK (afkorting van: Cumulatieve Residuele Sterke Kernkracht - zie nader in dit stuk-). De Werking van de CRSK zorgt voor het proces van bindingsoptimum dat altijd actief is.


Kan straling het effect veroorzaken dat wij “donkere energie” noemen?

Neen, dat kan niet. Donkere energie wordt door een ander fenomeen veroorzaakt naar mijn stellige overtuiging. In een woord gezegd, omdat dit buiten het kader van dit artikel valt, schrijf ik dit toe aan een vacuümwerking. Deze vacuümwerking vormt in het gehele samenspel in ons heelal een unieke  en bijzondere plaats en belang in de werking hiervan. Voor mijzelf heb ik het voorlopig de term “anti-singulariteit meegegeven”. Dit betreft een overgangsfase en komt ook veelvuldig voor in het multiversum. In een ander blogonderwerp heb ik hier al meer mijn gedachten over laten gaan. Zie de links: https://fredbaumgart.blogspot.com/2015/11/het-vacuum-type-3-anti-singulariteiten.html en https://fredbaumgart.blogspot.com/2018/04/anti-singulariteiten-vervolg.html Voor de goede orde: ik zie donkere energie niet als aan vorm van negatieve zwaartekracht. In onderwerpen hierna wil ik verder ingaan op wat ik zie als negatieve zwaartekracht.


Casimireffect

Het hierboven beschreven effect is niet gelijk- of vergelijkbaar met het Casimireffect of ander effect waarbij de creatie van materie intern in het universum geschiedt. In het kort gezegd is mijn visie dat de creatie van materie een reactie is op een (veelvuldig) optredende 4-dimensionale verstoring in de oervorm van het heelal. Zie mijn blogs over dimensies.  


Zwaartekracht, verwar ik geen dingen met elkaar?

Zwaartekracht is een fenomeen, een fundamentele natuurkracht genoemd, die nog door volop mysterie omgeven is. Is de uitwerking van de aantrekkingskracht tussen objecten zoals hierboven omschreven hieraan toe te schrijven?

Er zijn formules voor om deze onderlinge aantrekkingskracht precies uit te rekenen (Newton, Einstein).

Tenzij je de straling ziet als factor waardoor deze "zwaartekracht" zich onderling kan manifesteren, ook tussen objecten, zal het nog lang een mysterie blijven schat ik in.


Zwaartekracht, een fundamentele natuurkracht? (De relatie 1/r^7 en 1/r^2)

In mijn visie is zwaartekracht geen fundamentele natuurkracht te noemen omdat het verschijnsel dat wij zwaartekracht noemen naar mijn overtuiging optreedt als gevolg van een bijwerking van de onderlinge aantrekkingskracht van bundels van kris kras door elkaar heen bewegende straling. De oorzaak van optreden van het verschijnsel zwaartekracht ligt hem naar mijn stellige overtuiging in de residuele werking van de sterke kernkracht in de atoomkernen (CRSK) op de stralingsdeeltjes (fotonen) waardoor een soort (naar omstandigheden variabel) effect van toegenomen deeltjes om de kernen ontstaat, vergelijk het met ijzervijlsel (driedimensionaal) om een magneet steeds verder van de kern wordt het effect natuurlijk ijler maar blijft de straling zich wel onderling aantrekken. Hierdoor ontstaat het effect "zwaartekracht" (De relatie 1/r^7 en 1/r^2). 

  
De ankers van de “zwaartekracht”

De hiervoor genoemde deeltjes in de ruimte van de atomen zie ik als de "ankers" van  waaruit zich het hele krachtenspel opbouwt die ons universum en het gehele heelal hun werkelijkheid geven. Zonder deze ankers is er geen heelal mogelijk. In een ander blogonderwerp (  https://fredbaumgart.blogspot.com/2017/03/zwaartekracht-een-fenomeen-dat-optreedt.html ) ben ik al nader ingegaan op deze “ankers”. De samenstelling van het soort atoom heeft grote invloed op de werking die deze ankers uitoefenen.

Rondom de atoomkernen beschrijven de elektronen hun banen op verschillende niveaus. Dit is vaak beschreven en deze baanverwisselingen (hoger of lager) gaan gepaard met het loslaten of invangen van een foton. Rondom de kernen moeten er dus altijd en overvloedig fotonen aanwezig zijn die hun rol in het spel van binden en loslaten vervullen. Dit vindt in immense  aantallen plaats.   


Elektromagnetische kracht en zwaartekracht zelfde verschijnsel? 

Ik denk dat zowel de elektromagnetische kracht als de zwaartekracht beiden overgebracht worden door fotonen (reikwijdte 1/r^2 afname in afstand). De zwaartekracht wordt hypothetisch overgebracht door gravitonen waarvan ik denk dat dit overbodig is te stellen. Vanuit mijn theorieën volgt de verklaring dat ook de zwaartekracht wordt overgebracht door fotonen. De elektromagnetische golven geven in hun canvasverband mede het effect.

Dit houdt in dat beide effecten veroorzaakt worden door de zelfde bron en in feite een fundamentele natuurkracht zijn. Dit zou inhouden dat er niet vier maar drie fundamentele natuurkrachten zijn. De sterke- en de zwakke kernkracht en de elektromagnetische/zwaarte kracht (EZK). De eerste twee op kwantumschaal en de derde zowel op kwantum- als kosmische schaal.

Dus licht: - een golf – heeft een elektrische- en een magnetische component die loodrecht ten opzichte van elkaar bewegen. De magnetische component (ook in de context van het canvas van straling) is ten zeerste actief bij het optreden van het verschijnsel dat wij “zwaartekracht” noemen.


Zwaartekracht emergent?

Wat wij ervaren als zwaartekracht is het logische gevolg uit de door mij omschreven effecten van mijn stelling. Het omschreven effect is er aanwijsbaar, niet alleen, maar ook in de atomen en in het multiversum, (voor de simpelheid even gesteld dat er geen afwijkende omstandigheden kunnen bestaan tussen universums onderling bezien). Overal doet zich het effect zich - oneindig precies tot achter de komma - voor.   


Copyright Fred Baumgart