Donkere materie – helix – kosmisch web –
donkere energie - rustmassa – magnetisme – GEODE’s - Energie “E”
De helix (helices)
In het kader van mijn theorie en
specifiek aangaande het onderwerp van de donkere materie wil ik ook de helices
een plaatsje geven en kort benoemen.
Wij kennen allemaal de schitterende
voorstellingen hoe wij, de aarde; zon; ons melkwegstelsel met duizelingwekkende
snelheid voortbewegen rond elkaar en door ons universum. Ook de grote
structuren volgen hun snelle pad ten opzichte van elkaar en hierbij richting gegeven
door de donkere energie.
De donkere materie lijkt zich
onmiskenbaar traploos mee te bewegen op dit kosmische pad. Het is niet zo dat
wij ineens op dit pad een zone met willekeurige meer of minder donkere materie
passeren. De wetten van de onderlinge gravitatie blijven altijd constant en
veranderen niet ineens. Dat wat wij donkere materie noemen is dus onlosmakelijk
verbonden met de massa (objecten, gas, straling etc.) van de voortsnellende
massa en verandert dus niet.
Afstoting op kosmische schaal is
nooit van toepassing
Waarom stoten objecten elkaar niet
af op kosmische schaal terwijl kwantummechanisch wel afstoting voorkomt (bijvoorbeeld elektronen in een bepaalde schil om het atoom waar maar ruimte voor een bepaald
aantal is)? Dit doet mij afvragen waarom er dan in planetenbanen of maanbanen
om een planeet niet meerdere in dezelfde baan voorkomen? Of is dit niet waar?,
want als ik bijvoorbeeld de ringen om Saturnus bekijk zijn er wel vele objecten
in dezelfde baan. Ook hebben wij gezien dat door gravitatie losse objecten tot
elkaar aangetrokken worden in de loop van de tijd tot grotere objecten. Zelfde
baan-range objecten trekken elkaar dus aan op kosmisch niveau. Wat er na het
samenvoegen gebeurt is afhankelijk van de plaatselijke
gravitatie-omstandigheden. Dus of het object ingevangen wordt door het centrale
object of in een andere baan belandt is afhankelijk van de omstandigheden.
Wij zien in ieder geval geen
afstoting. Ringen zoals bij Saturnus het geval kunnen dus ook gezien worden als
manen in wording in verschillende baanhoogten rond de planeet. Maar ook
omgekeerd kan het geval zijn na botsingen. Dan is de materie gefragmenteerd
zoals in ringen als om Saturnus bijvoorbeeld. Of het weer manen worden hangt af
van de gravitatie. Als de onderlinge gravitatie van de brokstukken (ijs en puin
e.d.) groter is dan de gravitationele werking van de planeet vormt zich een
nieuwe maan. Is die van de planeet groter dan worden de brokstukken ingevangen
door de planeet. Aanvankelijke invang door de planeet en later voor de
overgebleven materie klontering tot een maan is natuurlijk ook denkbaar. Ook
gelijktijdige processen van invang door de planeet en maanvorming kunnen zich
naar mijn mening voordoen.
Kosmisch web
Het vorige item over afstoting doet
mijn belanden bij het kosmisch web. Hiervoor heb ik in mijn theorie hierover
geschreven als de “sponsachtige structuur”.
Volgens nieuwe opvattingen en
veronderstellingen zouden de gaten in de hiervoor genoemde kosmische structuur
in hun “leegheid” verantwoordelijk kunnen zijn als de aanjager van de uitdijing
van ons universum (donkere energie).
Vanuit mijn theorie kan dit niet, ik
ga hier op zich niet verder op in en verwijs naar wat ik al geschreven heb.
Anderzijds zou er in dit soort omstandigheden – als er sprake is van een
(volmaakt) vacuüm een aanzuigende werking moeten plaatsvinden. (Je zou dan
moeten verwachten dat ons universum implodeert maar wij zien juist het
omgekeerde).
Een vacuümwerking, omvattend
aanwezig om ons universum, is overigens het enige mechanisme dat ik mij kan
voorstellen bij het steeds sneller uiteendrijven van objecten of structuren in
ons universum. De “gaten” in het kosmische web kunnen daar niet in passen, ik
kan dit verder op geen enkele wijze beargumenteren dat het wel zo zou wezen dus
ik laat dit voor wat het is. Een omgekeerde vacuüm werking veroorzaakt door de
holten in het kosmische web lijkt mij natuurkundig gezien eenvoudigweg ook niet
kunnen.
Vanuit mijn theorie redeneer ik wel
naar het bestaan van anti-zwaartekracht of anti-gravitatie. Dit kan spelen in
bepaalde omstandigheden van magnetisme. Ook hier verwijs ik kortheidshalve naar
mijn eerdere publicaties. De anti-gravitatie doet zich evenwel onder zulke
omstandigheden voor dat deze zich op kosmisch niveau nooit grootschalig kunnen
voordoen. Afstoting van grote(re) objecten veroorzaakt door anti-gravitatie
komt dus niet voor.
Blijft over datgene wat wij op
kosmische schaal maar ook op kwantumniveau zien gebeuren en dat is aantrekking,
gravitatie.
Onderwijl ik dit stukje aan het
editen ben lees ik een bericht op internet waarin een verdere uitleg van dit
verschijnsel van mogelijke bron van donkere energie verklaard wordt uit een
soort tegenovergestelde zwarte gaten (GEODE’s). “Generic Objects of Dark Energy (GEODE’s) zouden bestaan, zwarte gaten die niet
bestaan uit gewone materie, maar uit donkere energie.” Dit wijkt even zover af van mijn theorie dat hier even niet
verder op in ga. Als dit waar is dan is natuurlijk
een deel van mijn theorie onhaalbaar en zal ik op zoek moeten naar nieuwe
mechanismen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere onderdelen van mijn
theorie. Ik heb echter nog geen echte heel simpele eenvoudig te bewoorden
argumenten gezien die mij op dit moment tot andere inzichten zouden kunnen
brengen. Met name op nieuwe inzichten die uitzonderingen maken op de algemene
relativiteitstheorie (ART) of de speciale relativiteitstheorie (SRT) ben ik wat
terughoudend. Helemaal als deze nieuwe inzichten mee gecalculeerd moeten worden
in het oer-evenement waaruit ons universum is ontstaan. In het speciaal als er
geen elementen zijn vermoed of aangewezen die gewezen zouden hebben op de noodzaak
van nieuwe benaderingswijzen. In mijn theorieën blijft alles van kracht zonder
uitzonderingen. Hierbij richt ik speciale aandacht op de situatie voor het oer-evenement (oerknal
bijvoorbeeld) dat ons universum creëerde. Van dat laatste vind ik dat dit
onderwerp te weinig belicht wordt in de theoretische fysica terwijl het wel
voor de basis stond van onze werkelijkheid.
Kan donkere materie omgezet worden
in donkere energie?
Vanuit mijn visie gezien kan dit dus
helemaal niet. Ten eerste zijn het twee verschillende fenomenen. Ten tweede:
donkere materie is in mijn optiek ook
daadwerkelijk materie. Donkere energie is een vacuümwerking veroorzaakt door
een door mij in mijn theorieën reeds vaak omschreven fenomeen. Dat neemt niet
weg dat ik denk dat materie voortkomt maar ook uiteindelijk weer opgaat in pure
“E” (energie). Wij zijn niet anders dan een 4-dimensionale ontlading (van de
ontelbare) uit de door mij omschreven 1 dimensionale “oertoestand”.
Zegt het vacuüm (type 3) en materie
iets over “E”?
Naar mijn stellige mening wel. Ik ga
niet meer in detail in op mijn bewering omdat ik vind dat ik dat in mijn
eerdere publicaties al uitvoerig gedaan heb.
Wat ik op dit punt wil
verduidelijken en eventueel toevoegen voor zover ik dit al niet omschreven heb
is dat donkere energie, hierboven genoemd, met zich meebrengt dat de 1
dimensionale “E” toestand consistent is in samenstelling en niet “uitgerekt”
kan worden als een soort 3-dimensionaal membraan of -elastiek. Als dit namelijk
wel zo zou zijn dan zou de vacuümwerking niet kunnen optreden. Ons universum
met al zijn structuren zou dan imploderen. Wel vind ik het denkbaar dat
spanningen, een soort “rimpelingen”, in de 1 dimensionale entiteit onder
invloed van een voorkomend donkere energie-entiteit in een universum een (nieuwe)
4 dimensionale ontlading kan veroorzaken zoals ik heb omschreven. Maar dat komt
dan zuiver voort uit de enorme kosmische trekkrachten van de verschillende
fenomenen, (de 1 dimensionale entiteit (heelal) en een 4 dimensionale entiteit
(een universum), op elkaar.
Noot: ik schrijf over de 1
dimensionale toestand omdat dit even als best mogelijk is voor mij om te
beschrijven en voor te laten stellen door de lezer. Het liefst spreek ik zelf
over de “Paradox” zoals ik deze toestand voor mijzelf voorstel. De 1
dimensionale toestand heb ik in mijn publicaties de 1e hoofddimensie
(het (oer)heelal) genoemd. Wij leven in de 2e hoofddimensie (onze
werkelijkheid, ons universum).
Valt dit te verifiëren?
Misschien met het volgende gedachten
experiment:
Een willekeurig deeltje in ons
universum gehoorzaamt aan de volgende wet: het heeft een massa en als het
draait dan heeft het een elektrisch en een magnetisch moment. Of het deeltje
nou stilstaat of beweegt, al deze 3 eigenschappen heeft het in zich verenigd.
Versnellen wij het deeltje voorbij
de lichtsnelheid en nog veel verder daarboven tot een fractie beneden de waarde
(snelheid) c2 dan gaat het deeltje over in de toestand “E”. Het
voldoet dus niet meer mee aan de voorwaarden voor een 4-dimensionale toestand.
Voor de snelheid c2 vergt het wel enorme hoeveelheden energie om te
versnellen. Gaandeweg, boven de (licht)snelheid van ca. 300.000 km per seconde
gaan zich processen voordoen. Golflengtes veranderen en verschuiven naar
beneden totdat zij de waarde nul (bij c2) hebben. De frequenties verminderen
op enig moment ook tot 0 en hebben hun elektromagnetische eigenschappen
verloren. Waardes schijnen dus te veranderen tot onder het ons bekende
spectrum. Gelijktijdig in dit proces verruilt het deeltje zijn hoedanigheid van
materie in die van energie “E.
Dit proces is niet hetzelfde als het
invangen van materie (en dus ook lichtdeeltjes) in een zwart gat. Bij een zwart
gat is de heersende kracht de gravitatie en hier is dat die van donkere
energie. De energieën en afstanden gepaard gaande bij donkere energie liggen
oneindig veel hoger dan die van de versnellingsenergie en afstanden ten gevolge
van zwarte gaten. Dus de uitwerking op materie is ook significant anders.
Wat is dan “E” en hoe ziet “E” er dan uit?
Ergens in- of aan het eind van de
situatie dat er geen sprake meer is van golflengte en/of frequentie
manifesteert de “E” zich. Het deeltje bergt zoveel energie in zich dat het
energie is en deel uitmaakt van de
integrale “E” toestand. Dit tot op een moment dat “E” kan vertragen en zich vormen
tot (een) deeltje(s). Eenmaal vertraagd zijn deeltjes gevangen in de toestand
van 4 dimensionale werkelijkheid met een maximale snelheid van ca 300.000 km
per seconde. Sneller kan eenvoudigweg niet meer en zijn dus gedoemd om de 4 dimensionale
toestand te houden totdat zich een situatie voordoet waarbinnen zij weer terug
kunnen keren naar de “E” toestand. Dat vergt heel veel energie. Vanuit dit
oogpunt is het zelfs voor te stellen dat deeltjes eenmaal voortgekomen uit de
“E” toestand deze nooit meer (helemaal) terug kunnen bereiken. Hoewel dit
laatste slechts een overweging is. Leidend is bij mij de gedachte dat de 1e hoofddimensie
oneindige energie in zich bergt. Om materie met oneindige energie terug te
versnellen tot “E” is dus een aannemelijke mogelijkheid voor mij.
Frequentie is dus blijkbaar ook een
factor bij het terugkeren tot de “E”-toestand. Anders dan het terugzetten van
een deeltje tot een deeltje dat slechts stilstaat hebben wij hier dus ergens
anders mee te maken. Wij hebben niet te maken met bijvoorbeeld zeer hoge druk
en samenpersing waarbij stilstand optreedt maar uiterste versnelling. Het
omgekeerde hiervan zeg maar want de versnelling speelt zich af naar de
buitenzijde van ons universum, dus in een groter volume.
Overgang van materie naar “E”
Het deeltje met zijn
elektromagnetische eigenschappen gaat dus over van toestand (van materie naar
“E”). Anders dan waar een materiedeeltje een eigen domeintje vertegenwoordigt
in onze werkelijkheid neemt een “E” entiteit een andere gedaante aan. Het eigen
“domeintje” verdwijnt en gaat over in een egale toestand van integrale “E”, de
paradox (de eendimensionale toestand). Er is geen sprake meer van tijd en ook
afstand neemt een andere, paradoxale, toestand in. Hier zijn de kenmerken:
oneindige afstand versus geen afstand en oneindige tijd versus geen tijd, alle
vier de eigenschappen in zich verenigd. Hier heb ik in mijn eerdere publicaties
uitvoerig over geschreven.
Zegt de in ons universum aanwezige
hoeveelheid materie iets over de samenstelling van de eerste hoofddimensie (“E”
-toestand)?
In mijn ogen dus wel. Als wij alle
materie in ons universum nemen (inclusief alle
straling) en vermenigvuldigen maal het kwadraat van de lichtsnelheid dan komen
we tot de totale “E” – equivalent. Het enige dat wij nog moeten weten is waar
de overgang van ons universum in die van de paradoxale 1 dimensionale toestand
precies gelegen is. Daarbij sluit ik zeker niet uit dat ons universum door de
vorm van de oerontlading en mogelijk ook draaiing ook (iets) afgeplat of
vervormd is en niet een volmaakte ronde vorm in alle richtingen heeft.
Als wij dit weten dan kunnen wij aan
de hand van de inhoud en de totale massa een “egale” 3-dimensionale verdeling
maken van die massa. Dus een egale aaneengesloten verdeling bestaande uit een
enkelvoudige entiteit veronderstellen. (Volmaakt en aaneengesloten in elkaar
opgegaan tot een egale, homogene, 1 dimensionale toestand maakt dit dus deel
uit van de 1 dimensionale 1e hoofddimensie).
Deze toestand huisvest de basis-ingrediënten
van het elektromagnetisme (materie, elektriciteit en magnetisme) in zijn meest
elementaire vorm. Deze ingrediënten verworden zich tot materie bij de vorming
uit een ontlading in een nieuwe 4-dimensionale werkelijkheid als de onze waarin
wij leven.
In deze overweging heb ik nog geen
rekening gehouden met eventuele invloeden van annihilatie (en hoe wij dit
verder moeten interpreteren) aan het begin van de vorming van ons universum op
bovenstaande berekening. Annihilatie veroorzaakt voor zover ik nu overzie ook
geen veranderingen in mijn theorie.
Uit de speciale relativiteitstheorie volgt
dat een deeltje met een rustmassa groter
dan 0 nooit de lichtsnelheid kan bereiken. Een foton heeft dan ook geen
rustmassa
In mijn hoofdstuk 5 ben ik al wat
uitgebreider op dit onderwerp ingegaan.
De snelheid die een foton behaalt is
de snelheid van een foton en de daarbij behorende fenomenen kunnen wij onder
andere meten aan straling (bijvoorbeeld met onze ogen waarneembaar licht).
Echter deze snelheid is bij verre niet
(nagenoeg onmogelijk want het vergt oneindige energie om deze te bereiken) de
snelheid benodigd voor “E”. Als het echt de snelheid had voor “E” dan zou die
snelheid c2 moeten zijn. Dat kan niet zoals ik eerder heb opgemerkt.
Er is dus geen enkel beletsel om altijd
massa toe te kennen aan een foton, los of in golven. Sterker nog: het is zo.
Magnetische werking verdwijnt bij fysische
verstoring
Verwarming, druk, inwerking van
kinetische evenementen, (botsingen etc.) hebben hun uitwerking op magnetische
werking van objecten. Door dit soort evenementen die op kosmisch niveau op
overwegende schaal spelen wordt het magnetisme teruggedrongen op de meest
basale (kwantum) uitingsvormen. De atomen zijn immers uit hun rangschikking
gehaald en als dit eenmaal is gebeurd dan hersteld zich dat niet meer
automatisch.
Dit schrijf ik ook omdat het mij
fascineert in het licht van mijn theorie waarom de fotonen zich bij een magneet
of magneetveld anders lijken te gedragen dan bij een lamp bijvoorbeeld. Ik denk
dat hitte een belangrijke rol speelt.
Magnetische krachtlijnen
Zoals ik hierboven genoemd heb is
bij een magneet (waarbij het materiaal dus magnetisch in tact is) sprake van
krachtlijnen waarvan ik denk dat die bestaan uit fotonenstromen. Ik stel mij
voor dat fotonen onderweg in een krachtlijn losse elektronen of andere deeltjes
mee kunnen nemen door elektromagnetische binding en die eenmaal binnen het
materiaal of object (voornamelijk en in het bijzonder op kosmische schaal) mede
“aangroei” van massa kunnen veroorzaken. Dit gezien naast de gewone gravitationele
werking dat van een object uitgaat.
Elektrische ontladingen
Tussen twee tegenovergestelde polen
kunnen elektrische ontladingen optreden. Elektronen verplaatsen zich van de ene
naar de andere pool. Wat mij opvalt is dat een elektrische ontlading altijd op
de kortere afstand lijkt af te spelen. Terwijl magnetisme een verschijnsel op
grote (kosmische) schaal is. Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat elektriciteit
niet speelt op kosmische schaal want dat doet het juist wel. Magnetisme en
elektriciteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een elektrische
ontlading van bijvoorbeeld pool a naar pool b of een blikseminslag is altijd op
de relatief korte afstand. Magnetisme strekt zich kosmisch uit (1/r2).
Dit echter alleen binnen een 4 dimensionale werkelijkheid zoals de onze
bijvoorbeeld. Daarbuiten gelden de wetten een andere dimensie (1
dimensionaal).
Deeltjes niet “naakt” in mijn visie
Fotonenstromen rondom een magneet
bijvoorbeeld kunnen interactie hebben met losse elektronen. Mijn theorie moet
bezien worden uit het feit dat ik alle (elementaire) deeltjes in het spel van
de kwantumdynamica niet als losse deeltjes zie maar als onderdeel van een
magistraal “spel” met andere deeltjes. Bijvoorbeeld bij de elektronen in een
baan om een atoomkern veronderstel ik een brede interactie met fotonen. En ga
zo maar door. Dus ook in de kern van het atoom.
Ik zoek naar verklaringen met
instandhouding van datgene wat al onderzocht is en bevestigd
Nogmaals wil ik stellen dat ik mijn
denkbeelden probeer in te passen naar datgene wat er al is onderzocht en
vastgesteld. Dit is mijn uitgangspunt. Mocht ik afwijken van opvattingen hoe
interactie van de uitwerking van diverse theorieën op elkaar inwerken dan is
dat mijn interpretatie. Dus expliciet mijn interpretatie en combinatie met
uitleg van mijn visie op de waarnemingen- en onderzoeken die door anderen
gedaan zijn.
Copyright Fred Baumgart