Vertalen

Posts tonen met het label Fotonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fotonen. Alle posts tonen

zaterdag 8 augustus 2020

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 5 – Fotonen en hun gedragingen

 



Bij evenementen waarbij elektronen betrokken zijn, zijn automatisch effecten- en gevolgen met fotonen aanwezig, denk ik. Dit is een onlosmakelijke combinatie. Eerder heb ik al opgemerkt dat de (inter)atomaire ruimtes niet leeg zijn op protonen, neutronen en elektronen na maar dat het er een drukte van belang is onder andere met zich daar aanwezig zijnde (afhankelijk van de aanwezige massa) enorme hoeveelheden fotonen. (En ook andere deeltjes natuurlijk. Omdat elektronen; protonen; neutronen en fotonen verreweg het meest voorkomen concentreer ik mij hierop. Invloeden van andere deeltjes probeer ik zoveel mogelijk te begrijpen in hun effecten op mijn onderwerp).

Soms gedragen fotonen zich als golf en soms als deeltje is de wetenschappelijke opvatting. Ik denk dat fotonen altijd een zekere massa vertegenwoordigen, zie ook mijn toevoegingen hierover in mijn blogartikel “Mijn zienswijze en gebruikte termen”. (Gedraging in een golf is voor mij hetzelfde als een gedraging in de vorm van een reeks deeltjes. Omgekeerd kan je ook zeggen dat een los foton een bouwsteentje is van een nog te vormen golf.)

Fotonen kunnen zich in en rondom het atoom voordoen. Maar ook kunnen zij zich voordoen in elektromagnetische golfpatronen. Dat zij met grote kracht uitstralen en weg bewegen van het object komt doordat ten gevolge van een evenement het optimum van fotonen rondom het lichaam (ernstig) verstoord raakt en zij daardoor met grote kracht moeten uitwijken op “zoek” naar een ander optimum. Afhankelijk van het evenement dat daaraan ten grondslag ligt kan deze uitwijking met verschillende intensiteiten en gerichtheden plaats vinden. Daar het uitzendende lichaam de neiging heeft om fotonen vast te houden vindt loslating zodanig plaats dat zich hieruit golven vormen.

Dit hiervoor genoemde uitwijken verklaart ook waarom licht zo lang en snel door de ruimte blijft bewegen. Het licht, de fotonen, kunnen pas tot rust komen als het zich in optimale vorm rond materie kan gaan situeren, “nestelen”.
 

Massa - snelheidsrelatie

Alle materie in ons universum heeft een zekere massa. Van elementaire deeltjes tot sterrenstelsels aan toe. Ik beperk mij in dit stukje tot de elementaire deeltjes (alle materie gehoorzaamt overigens aan dezelfde wet).

Ieder elementair deeltje (waarvan er veel zijn) van het periodiek systeem heeft zijn eigen massa. Dit kan relatief zwaar zijn maar ook heel licht, bijvoorbeeld een foton (die volgens mij ook een plaats in het periodiek systeem toekomt). Hoe zwaarder het deeltje, hoe langzamer de snelheid. Hoe lichter dus hoe hoger de snelheid (foton genoemd lichtsnelheid). Ik stel dat alle materie zich naar de buitenzijde van ons universum beweegt onder invloed van wat wij de “donkere energie” noemen. Ik heb hier al veel over geschreven.
Als bijvoorbeeld een zwaarder deeltje door de zon wordt uitgestoten beweegt het zich niet voort met de lichtsnelheid maar met een veel lagere snelheid. Deze deeltjes ondervinden net als het foton de werking van het vacuüm van de donkere energie om zich naar de buitenrand van het universum te begeven, wat zij in beginsel dus ook allemaal doen. Alle deeltjes hebben hun snelheid dus al in zich. Bij de loslating (door bijvoorbeeld een object) zijn zij vrij, hun relatieve snelheid van hun materie hadden zij al.

Als mijn stelling juist is dan zegt deze relatieve snelheid dus veel over de samenstelling en massa van het deeltje. Metingen in de ruimte onder correctie van de wiskunde van de algemene relativiteitstheorie kunnen dus heel veel gaan vertellen over de onderscheidenlijke deeltjes.
Dit zou dan een nieuwe tak van wetenschap kunnen gaan worden, dit naast en in vergelijking met gedragingen- en onderzoek van deeltjes op kwantumniveau.




Alle materie ondervindt aantrekkingskracht ten opzichte van elkaar. Dit houdt in dat een hoeveelheid materie (in individuele deeltjes in golven uitgezonden) altijd aangetrokken wordt door objecten en structuren in ons universum (bijvoorbeeld sterrenstelsels in de grote context van de sponsachtige structuur). Zij kunnen dus niet in een rechte lijn ontsnappen en worden (nagenoeg) altijd afgebogen de structuur in.

Ons gehele universum, onze werkelijkheid, gehoorzaamt in zijn geheel aan dezelfde wet. Het vacuüm van de “donkere energie” trekt in zijn geheel, ongelooflijk precies tot oneindig achter de komma aan de materie (in zijn perfecte samenstelling van elementaire deeltjes) van ons universum. 

Blijkbaar is in ons universum een overschot aan fotonen die zich niet kunnen nestelen rondom de atoomkernen. Deze in de ruimte voortbewegende fotonen vertegenwoordigen een geweldige hoeveelheid materie. De fotonen die zich ophouden bij- en rondom de atomen natuurlijk ook. Beide momenten in het bestaan van de fotonen in ons universum vertegenwoordigen een onlosmakelijke eenheid. Zij creëren - mede - het canvas van straling dat het krachtenspel tussen de objecten in stand houdt. Ook alle andere fenomenen zoals verdwijnen in een zwart gat houden hier rechtstreeks mee verband. Echter niet donkere energie, dat is een ander fenomeen.

WAAR BLIJFT DAN DE ENERGIE?  Als fotonen (ook die in golven) materie zijn dan is dit de vraag die zich onmiddellijk aandient. Heel bijzonder sluit dit aan met mijn stelling dat in ons universum geen 100% van de lichtsnelheid behaald kan worden. (Hiermee bedoel ik dan om die snelheid te behalen dat daarmee de waarde E (pure ontstaansenergie) geëvenaard wordt, het blijft natuurlijk wel licht met zijn bijbehorende specifieke snelheid in onze 4-dimensionale werkelijkheid). Wel moet met toenemende snelheden exponentieel veel impuls in relatie tot de te verplaatsen massa toegevoegd worden om hele hoge snelheden te halen. Echter.. het is geen energie maar materie dat je als brandstof laat reageren die de trigger tot de snelheden vormt. Het blijft echter allemaal gebaseerd op materie. Dat is ook meteen de reden waarom deze extra op snelheid gebrachte materie weer de neiging heeft om snelheid te verliezen als de krachtbron is uitgeschakeld. De deeltjes van de voortgestuwde massa keren weer in hun samenhang weer terug naar hun oorspronkelijke snelheid behorende bij de op die plaats en dat moment horende ontsnappingssnelheid (overeenkomstig de algemene relativiteitstheorie van Einstein) uit ons universum. De enige plek waar pure E energie (uit de speciale relativiteitstheorie van Einstein) voorkomt is het als 1 dimensionaal voor te stellen oerheelal (voor mijzelf noem ik dit de 1e hoofddimensie, wij leven in de 2e hoofddimensie – zie eerdere publicaties -) waarin het multiversum kan bestaan. Hier is E=mc2 werkelijk van toepassing (Einstein heeft vanuit dit uitgangspunt volkomen gelijk). Aan de uiterste buitenkant van de anti-singulariteit in het vacuüm waarin het verschijnsel optreedt dat wij de donkere energie noemen is de overgang van terugkering van materie in energie.     

Ik denk dat ik er in dit stuk al uitgebreid genoeg op in ben gegaan maar wellicht ten overvloede: door het canvas van straling tussen de objecten en het gedragen van de fotonen (beginnend vanuit het atoom zelf) wordt dus de aantrekkingskracht doorgegeven zodat het verschijnsel dat wij aantrekkingskracht noemen zich kan manifesteren en objecten aan elkaar kunnen trekken. Dit is volgens mij ook het wezen van de verklaring van de donkere materie waar wij naar op zoek zijn. Zie ook mijn opvattingen over elektriciteit (relatief kort dragend) en magnetisme (dragend over de lange afstand).  

Zijn elektronen trossen fotonen? Dat kan ik nog niet beoordelen. (Het lijkt mij geweldig om in een hiervoor geschikte versneller elektronen op elkaar te laten botsen en te zien wat er gebeurt. Valt het uiteen in het puntdeeltje en een hoeveelheid afgeschudde fotonen?) Wel kunnen fotonen zich in verschillende lagen rondbewegen rondom de kernen (zeker in combinatie met elektronen). Bij veranderen van hoogte van baan van elektronen gaat dit gepaard met het loslaten of aantrekken van een foton. Dit houdt dus in dat een elektron meerdere fotonen aan zich gebonden kan hebben.

Elektronen worden vaak voorgesteld als in alle richtingen ronddraaiend rondom de kern in plaats van in de vorm van een schijf als planeten rondom een ster. Bewegen rondom de kern in de vorm van een schijf lijkt mij ook iets aannemelijker. Ik stel mij een atoom ook voor als een piepklein zonnestelseltje in zijn meest elementaire vorm.

Voor het juiste begrip: zwaartekracht treedt niet alleen op als er sprake is van een magnetische werking. Zwaartekracht treedt altijd op waar fotonen aanwezig zijn, in welke hoedanigheid zij ook verkeren (in een golf, in een magnetische omgeving van bijvoorbeeld een magneet of juist waar er geen magnetisme optreedt, bijvoorbeeld bij een statische kern van een object).


Een verdere gedachte over fotonen

Ik filosofeer even verder:

In mijn overwegingen vervullen fotonen hun eigen plaats. Hiermee zouden zij dus de plaats van een niet verder deelbaar deeltje innemen, een puntdeeltje.
De magnetische fase en de elektrische fase van een foton die - in een golf, en alleen daarin? – loodrecht op elkaar staan blijven mij fascineren. In mijn stellingen denk ik dat ik gemotiveerd genoeg aangeef dat een perfect vacuüm in ons universum niet kan voorkomen. In mijn gedachten denk ik dan wel eens dat een foton uit drie onderdelen bestaat. Een onderdeel met de magnetische eigenschappen, een onderdeel met de elektrische eigenschappen en een massa-onderdeel.

Waarom denk ik dit?

Hiervoor moet ik terug naar mijn invulling van hoe het oerheelal er uit ziet. Ik ga hier even niet verder op in omdat ik hierover al heel veel geschreven heb. In deze publicaties schrijf ik over de “paradox”. Juist denkend vanuit deze paradox kom ik tot het denkbeeld dat een foton, in onze werkelijkheid, bestaat uit een deeltje met drie verschillende eigenschappen:
1.     een deel met de magnetische eigenschap die in de eerste hoofddimensie de eigenschappen geen afstand en geen tijd vertegenwoordigt (het samentrekkingseffect, verantwoordelijk voor het verschijnsel van de zwaartekracht in onze hoofddimensie);
2.     De elektrische eigenschap. Deze vertegenwoordigt de oneindige afstand en de oneindige tijd. In onze werkelijkheid, licht in het gehele spectrum.
3.     Het massa onderdeel.
In de verschillen die ik benoem in de paradox in mijn publicaties is ook het verschil te verklaren tussen een positieve of negatieve keus van een universum. (Het effect van de paradox is immers niet neutraal maar oneindig krachtig omdat de krachten elkaar niet kunnen opheffen.)
Tijdens de vorming van onze werkelijkheid, de 4 dimensionale verstoring in eerste hoofddimensie,  heeft zich het uitvouwen van deze eigenschappen plaats gevonden. In deze vorming heb ik het in deze context alleen over de enkelvoudige fotonenvorming op zich. Niet over de vorming meteen hierna van overige elementaire deeltjes en los van de vraag of alle materie – de elementaire deeltjes - buiten de fotonen uiteindelijk opgebouwd zijn uit een soort van fotonenachtige combinaties.

In mijn stukken schrijf ik over mijn conclusie dat 100% vacuüm niet kan voorkomen in ons universum (oorzaak de paradoxale toestand van het oerheelal, waarover ik al veel geschreven heb). De E uit de beroemde formule van de speciale relativiteitstheorie kan bij ons dus niet voorkomen. Om deze E te bereiken is – ik zeg even voor het gemak (mc2) – onbeperkte energie benodigd. Wij hebben in onze werkelijkheid slechts te maken met de uitwerking van de algemene relativiteitstheorie van Einstein.

Ik denk dus dat een foton (ik beperk mij tot het foton) is opgebouwd uit drie  eigenschappen die met elkaar verbonden zijn. Waar zij zich ook bevinden in ons universum. Ook of deze fotonen in de atomaire ruimte, los in het universum, of in een golf bevindt en in het geval van magnetisme.

Doordat er geen perfect vacuüm is, is er in het geval van een foton dus altijd sprake van materie.

Is het bestaan van een foton uit de drie hiervoor genoemde eigenschappen verifieerbaar of falsifieerbaar?

Het lijkt mij zeer moeilijk omdat ik geen omstandigheid zou weten te bedenken om een perfect (100%) vacuüm te creëren. De overgang van materie in energie vindt plaats steeds meer naar de buitenrand van de anti-singulariteit. (Zie mijn eerdere publicaties hierover). Pas op dit moment bij het bereiken van de benodigde snelheid (mc2) kan weer omzetting plaatsvinden van alle materie in pure ontstaansenergie. Als deze omgekeerde gebeurtenis van materie naar pure energie, gezien de enorme snelheid die behaald moet worden niet kan plaatsvinden dan blijft altijd een vorm van materie en in zijn totale hoedanigheid als een universum is uitgewerkt een vorm van “vervuiling” in de 1 dimensionale toestand van de eerste hoofddimensie.

Kunnen wij een foton splitsen op een andere manier of dit benaderen met een gedachten experiment?

Als er een plaats of omstandigheid valt te bedenken waarin wel elektriciteit maar geen magnetisme (zwaartekracht, hoe gering ook) valt te beredeneren dan houdt dit deel van mijn theorie geen stand. Ik kan mij echter geen golven van licht in het spectrum bedenken die geen elektromagnetische puls hebben.

Dus kun je “zwaartekracht” splitsen van de hierop altijd loodrecht staande elektrische fase van de golf en visa versa? Volgens mij niet (in ons universum dan) want je houdt dan alleen maar of magnetisme (zwaartekracht) over of alleen maar elektriciteit. Dat kan dus niet, zwaartekrachtlenzen bijvoorbeeld laten ons zien dat golven beïnvloedbaar zijn door de zwaartekracht en deze elektromagnetische golven hebben als kenmerk – ongeacht de intensiteit - dat deze zowel de magnetische als de elektrische golf bezitten.


Massa-energierelatie, rustmassa, spin, en magnetisch moment van het foton

Doordat er geen perfect vacuüm is, is er in het geval van een foton dus altijd sprake van materie.


Massa-energierelatie

Het foton komt in ons universum altijd voor in de formule van Einstein E=mc2 aan de materie kant van de vergelijking. Simpelweg om het gegeven dat dus 100% van de echte lichtsnelheid, daargelaten het kwadraat ervan (dat dus de echte overgang naar echte energie inhoudt), niet te halen valt.

Het foton, (ijkboson -fungeert als drager van een fundamentele natuurkracht-), moet dus zowel in rust als in massa (golven bestaan uit materie) uit materie en niet uit energie bestaan. Er kan wel een hoop effect uitgaan van een golf of massa fotonen maar pure energie is het nog niet. (Tijdens kernproeven hebben soldaten in de loopgraven het skelet van hun collega’s kunnen waarnemen. Het deel van de vrijkomende elektromagnetische straling die dit veroorzaakte (röntgenstraling) bestond natuurlijk uit deeltjes en niet uit energie (hiermee bedoel ik natuurlijk de pure E uit de linkerkant van de formule van Einstein).   


Rustmassa

Fotonen zijn elementaire deeltjes met een - zeer geringe - rustmassa (het kan volgens mij niet anders) en dat is ook de reden dat zij zulke hoge snelheden kunnen behalen naarmate het vacuüm steeds perfecter wordt benaderd. Voor andere materie is dit een heel ander geval. Die bewegen zich veel langzamer voort. Ook in een vacuüm.
De oorzaak van het hiervoor genoemde effect is mijns inziens de werking van de “donkere energie” in de context zoals ik het in mijn theorie beschrijf. Alle straling of materie heeft uiteindelijk de neiging om zich meteen en in rechte lijn naar enig punt aan de buitenzijde van het vacuüm te bewegen. Beschouw het als een bol, al dan niet afgeplat -  waarin wij zitten, het kan dus elke kant op in beginsel. De fotonen met hun - immens kleine -  massa zullen ten gevolge hiervan met een veel hogere snelheid het vacuüm uitgezogen (maar niet sneller dan de dichtheid van het vacuüm dat ter plaatse toelaat) worden dan andere materie. Door de aantrekkingskracht intern van materie intern in ons universum krijgen wij te maken met afgebogen golven elektromagnetische straling waardoor wij het effect dat ik hiervoor beschrijf niet kunnen zien.
Als zwaartekrachtlenzen zich niet zouden voordoen en elektromagnetische straling had puur in een rechte lijn rechtdoor gegaan dan hadden wij een heel ander universum waargenomen en dat ook niet had kunnen bestaan. Alle straling en andere materie had dan linea recta naar de buitenzijde van ons universum bewogen.
Hoe leger de ruimte (vacuüm), hoe rechter een golf elektromagnetische straling zich zal verplaatsen. Dit geldt ook voor objecten, geen straling geen baanbehoud.
De elementaire energie die dus nodig is om een foton op die lichtsnelheid - onder correctie van de sterkte van het vacuüm ter plaatste - te brengen is die met de kracht van het vacuüm dat de eerste hoofddimensie loslaat op ons universum. Deze verhouding gaat natuurlijk op voor alle andere materie in ons universum onder correctie van hun massa. Dit gegeven zegt natuurlijk enorm veel over de hoedanigheid- en krachten van de 1e hoofddimensie (ik denk in ordes van bijvoorbeeld c2). Het is bijvoorbeeld niet zo sterk om elektromagnetische straling over diens maximale snelheid zoals wij die waarnemen te trekken, want dat zou een sterkte vragen die in die staat blijkbaar niet voorhanden is. Ik zou dit graag verder onderzoeken.
Door natuurkundige of scheikundige processen kunnen wij via het manipuleren van materie snelheid toevoegen aan objecten bovenop die al vanuit de 1e hoofddimensie op het object worden uitgeoefend.
Hoe verder objecten (sterrenstelsels bijvoorbeeld) zich aan de rand van ons universum bevinden hoe minder de aantrekkingskracht intern en gaat de aantrekkingskracht naar de eerste hoofddimensie relatief steeds meer overheersen met gevolg dat de snelheid van het object richting buitenzijde van het universum gaat toeneemt.

De objecten waaraan snelheid is toegevoegd verliezen die snelheid na verloop van tijd. (Op een object als de Aarde snel en in de ruimte relatief langzaam). Dit komt door de aantrekkingskracht tussen die objecten. De oorspronkelijke snelheid van de objecten in hun elementaire opbouw blijft gelijk.

Ik denk dus dat als er geen donkere energie zou bestaan een foton in het vacuüm van ons universum zich niet met de snelheid van het licht zou kunnen verplaatsten. Onmogelijk zelfs. De snelheid zou gewoon in het beste geval net als bij een explosie hier op aarde exponentieel afnemen naar gelang de afstand toeneemt, zeker niet in de vorm van energie.




Die beantwoorden aan precies dezelfde wet. Zij hebben alleen veel meer massa dan het foton. Daardoor worden zij (veel) langzamer naar de buitenzijde van het vacuüm getrokken. 


Spin

Een elementaire deeltje zoals een foton heeft een spin, een massa (altijd) en een lading. In de natuurkunde zie ik voor het foton een spin van 1, dat houdt in dat er 3 mogelijkheden zijn, +1; 0 en -1. Zonder hier al te diep op in te gaan vraag ik mij af of dit wel helemaal juist is. Een foton moet volgens mijn redeneringen rustmassa hebben en daardoor op zijn minst een spin ongelijk aan 0 hebben.


Magnetisch moment

Nu er een magnetisch moment voordoet kunnen fotonen elkaar – weliswaar op zeer kleine kracht onderling – aantrekken. Hierdoor kan het aantrekking vanuit ook andere objecten doorgeven. (Doorgifte gravitatie). Dit effect (1/r2) door de enorme hoeveelheid straling die heerst in ons universum voldoende om de gezochte donkere materie te verklaren.




Op basis van argumenten denk ik dus dat fotonen wel massa moeten hebben. Zij hebben een spin ongelijk 0 en een magnetisch moment. Daarom kan een foton ook niet elektrisch neutraal zijn. We zien in ieder geval dat fotonen interactie met elektronen laten zien voor zover de toestand van de elektronen dat toelaat. (Vrijlaten of invangen van een foton bij baanverandering rond de kern of, bijvoorbeeld in het dynamische spel van fotonen en elektronen in- en rond een staafmagneet). Fotonen hangen klaarblijkelijk ook graag rond in de buurt van elektronen. Hier komt een eind aan als fotonen in massa loskomen van de nabijgelegen elektronen en zich gaan verplaatsen als elektromagnetische golven. (In elektromagnetische golven bevinden zich ook in beginsel geen elektronen als onderdeel van de golf).


Copyright Fred Baumgart

woensdag 4 september 2019

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 3 – nadere inleiding visie tot Donkere Materie


Kan straling van fotonen objecten wegduwen?

Dat is een interessant gegeven want:

·         dan zou straling zowel een afduwend als aantrekkend effect tegelijkertijd (kunnen?) hebben, tenzij in de lengterichting van de bundel een ander effect plaats vindt als in de breedte van de lichtstraal;
·         zeer krachtige lasers vernietigen hun doel in plaats van het met geweld weg te blazen. Straling wordt dus (al dan niet deels) opgenomen. Wat niet opgenomen kan worden of weer uitgestraald veroorzaakt vernietiging en op zijn minst beschadiging van het object ten gevolge van de opname van (een deel van) de aangestraalde straling.

Dit gegeven lijkt mij ook eens aardig om te bestuderen middels wetenschappelijke experimenten. Het lijkt mij zeer interessant om objecten (als zij geraakt worden door krachtige lasers) onder diverse omstandigheden te bestuderen en te kijken wat de effecten zijn.
Hebben zij de neiging om aangetrokken te worden tot de straal of juist weggeduwd bijvoorbeeld. Wat ik zie is dat het door het object heen snijdt of er gewoon dwars doorheen gaat.

Bij wegduwen zou een verdichting van de bundel – tenzij de bundel geheel of gedeeltelijk weerkaatst wordt - in de lengte voor de hand liggen. In dat geval neemt het aantrekkende effect ook toe over het canvas van straling gezien. Immers de intensiteit neemt toe van de aanwezige straling. De snelheid van de golf neemt dan blijkbaar ook af. Zijn de fotonen van de golf dan ook materie geworden met een rustmassa groter dan 0? Want de snelheid is dan immers lager dan de lichtsnelheid.

De relatieve hoeveelheid straling zorgt voor de vorming van de baan en positie van objecten in ons universum. Rechtstreekse fluctuaties in de straling zoals veroorzaakt door onze Maan veroorzaken effecten als getijden. Zou straling objecten wegduwen dan zou er geen bult ontstaan bij de getijden maar een “deuk” bijvoorbeeld, een omgekeerde vloed. Ik spreek dus expliciet over fotonenstraling, overige straling zoals deeltjesstraling uitgezonden door de Zon bijvoorbeeld bedoel ik niet.

Overigens is het grappig om te overzien dat de werking van het canvas van straling tussen bijvoorbeeld 3 objecten (Zon, Aarde en Maan) elkaar in werking (aantrekkingskracht naar het object toe) kan opheffen. Op enig punt of punten (bij wisselende aantallen objecten) is de aantrekkingskracht tussen object 1,2 of 3 gelijk.


Zonnewind en zonnezeilen

In samenhang met mijn stellingen neemt dit gegeven een  vreemde plaats in. Er zijn experimenten aan de gang of reeds al gedaan waarmee met grote zeilen in de ruimte een object het universum ingeblazen wordt door middel van de zonnewind.

Dit lijkt strijdig te zijn met mijn theorieën. Het lijkt dat alsof directe fotonenstraling objecten in de lengte afduwt en in de canvaswerking juist aantrekt. Ik denk dat het met steeds grotere snelheid verwijderen in de ruimte van een object mede wordt veroorzaakt door deeltjesstraling (elektronen, protonen e.d.) welke zijn ontsnapt aan de gravitatie van een ster. De maximale bijdrage in snelheid van een object lijkt mij in dit geval van deeltjesstraling niet meer te kunnen bijdragen als tot maximaal ca 500 a 700 km per seconde.

Het lijkt dat door fotonen aangedreven zonnewind dus niet mogelijk is. Tenzij de materiele samenstelling (dikte en materiaal) van de zeilen zodanig is dat er (door weerkaatsing) geen - of nagenoeg geen - “ankerwerking” in de atomen van waaruit het zeil is samengesteld kan optreden. Om ook nog een object met toenemende snelheid voort te trekken dat voortgetrokken wordt door het zonnezeil lijkt mij dan op basis van fotonenaandrijving alleen onder dit soort omstandigheden te kunnen voortkomen. Het effect zal – in tegenstelling tot de ontelbare andere objecten in de ruimte - zeer gering zijn. Mijn theorie is dus dat de aantrekking vele malen groter moet zijn dan onder eventuele speciale en gecreëerde afstotende omstandigheden. Hoe het ook zij, om te kunnen werken moet de samenstelling van het lichtzeil voldoen aan de voorwaarde dat de ankerwerking in de atomen van het lichtzeil dusdanig verstoord is dat er een omgekeerde - dus afstotende (dun, licht en weerkaatsend) - werking is ontstaan.  
Natuurlijk is de relatieve afstand en massa van een object in de nabijheid of waarvan het zonnezeil zich moet verwijderen van groot belang. Als je zou starten met uitvouwen, vlak boven de grond hier op Aarde valt het zeil meteen naar de grond. Je moet dus ver genoeg af zijn van het object waarvan je afstand wilt nemen. Natuurlijk moet je ook zorgen dat er geen andere objecten hun gravitationele invloed kunnen uitoefenen op het zeil.    

Tevens zal het zeer de moeite waard zijn om te onderzoeken welke straling er wel en welke er niet door het zeil heen gaat en tot waar in het spectrum er weerkaatst gaat worden door het zeil.

Net als de ontsnappingssnelheid van fotonen van de ster moet licht dat ontsnapt van het zonnezeil ook een ontsnappingssnelheid hebben. Het lijkt mij niet dat een zonnezeil – ook gezien binnen het kader van mijn theorieën over deze onderwerpen - een negatieve ontsnappingssnelheid van fotonen kan kennen.

Is dit gegeven van voortstuwing op basis van fotonen-zonnewind verifieerbaar en/of falsifieerbaar?
Ja, met een of meer krachtige (op kernbrandstof werkende) laser(s) in de ruimte (of indirect aangestraald via de Aarde, dat is beter dan rechtstreeks) zouden wij zeer gericht in frequentie variabele fotonenstraling kunnen loslaten op een zonnezeil. Een hoog energetische laserstraal afvuren tezamen met de al reeds aanwezige zonnestraling zou natuurlijk een geweldig onderzoeksperspectief brengen.

Met het zonnezeil wordt een verandering in het ter plaatse aanwezige canvas van straling aangebracht. Immers achter- en voor het zeil treedt een verandering in samenstelling in intensiteit van het canvas op waardoor het effect kan optreden. (Bij zware objecten aantrekking en bij superlicht – zonnezeil afstoting).


Hoe kunnen fotonen hun snelheid, onder andere die van zichtbaar licht, bereiken?

Ik heb hier vaak over nagedacht en kan nergens een antwoord hierover lezen. Voor mijzelf visualiseer ik het als een cumulatieve “superordening” als gevolg van een evenement dat op grote schaal gebonden fotonen vrijlaat in de lengterichting van de straal gericht of rondom de bron.

Zoals ik het visualiseer en probeer over te brengen gebeurt er iets als volgt:
Vanuit de “trigger”, bijvoorbeeld een lamp of andere oorzaak wordt er straling van verschillende energierijkheid geproduceerd vanuit een bron. Deze straling van fotonen verdwijnt vanaf de bron in alle richtingen met de (relatieve) lichtsnelheid onder correctie van de vacuümfactor (straling die vanuit de bron direct in- of door het object zelf beweegt even buiten beschouwing gelaten) zoals ik deze elders in dit stuk omschrijf. De fotonen die uitgezonden worden vanuit de bron komen uit alle richtingen uit de atomen in- en vanuit de nabijheid van de bron en ook uit de vrije ruimte (het canvas van straling). Dit canvas zorgt weer voor aanvulling van het evenwicht van fotonen ter plaatse.

De fotonen worden begrenst in hun snelheid tijdens dit proces in hoeverre de vacuümfactor dat ter plaatse toelaat. In de lengterichting kunnen fotonen dus nooit vrij worden in ons universum, simpelweg omdat zij niet uit de straal kunnen ontsnappen. De onderlinge afstand van de fotonen in de golf geeft de intensiteit van de straling aan in mijn voorstelling.

Superordening of supervrijlating na een evenement volgt altijd na de binding ten gevolge van de CRSK (afkorting van: Cumulatieve Residuele Sterke Kernkracht - zie nader in dit stuk-). De Werking van de CRSK zorgt voor het proces van bindingsoptimum dat altijd actief is.


Kan straling het effect veroorzaken dat wij “donkere energie” noemen?

Neen, dat kan niet. Donkere energie wordt door een ander fenomeen veroorzaakt naar mijn stellige overtuiging. In een woord gezegd, omdat dit buiten het kader van dit artikel valt, schrijf ik dit toe aan een vacuümwerking. Deze vacuümwerking vormt in het gehele samenspel in ons heelal een unieke  en bijzondere plaats en belang in de werking hiervan. Voor mijzelf heb ik het voorlopig de term “anti-singulariteit meegegeven”. Dit betreft een overgangsfase en komt ook veelvuldig voor in het multiversum. In een ander blogonderwerp heb ik hier al meer mijn gedachten over laten gaan. Zie de links: https://fredbaumgart.blogspot.com/2015/11/het-vacuum-type-3-anti-singulariteiten.html en https://fredbaumgart.blogspot.com/2018/04/anti-singulariteiten-vervolg.html Voor de goede orde: ik zie donkere energie niet als aan vorm van negatieve zwaartekracht. In onderwerpen hierna wil ik verder ingaan op wat ik zie als negatieve zwaartekracht.


Casimireffect

Het hierboven beschreven effect is niet gelijk- of vergelijkbaar met het Casimireffect of ander effect waarbij de creatie van materie intern in het universum geschiedt. In het kort gezegd is mijn visie dat de creatie van materie een reactie is op een (veelvuldig) optredende 4-dimensionale verstoring in de oervorm van het heelal. Zie mijn blogs over dimensies.  


Zwaartekracht, verwar ik geen dingen met elkaar?

Zwaartekracht is een fenomeen, een fundamentele natuurkracht genoemd, die nog door volop mysterie omgeven is. Is de uitwerking van de aantrekkingskracht tussen objecten zoals hierboven omschreven hieraan toe te schrijven?

Er zijn formules voor om deze onderlinge aantrekkingskracht precies uit te rekenen (Newton, Einstein).

Tenzij je de straling ziet als factor waardoor deze "zwaartekracht" zich onderling kan manifesteren, ook tussen objecten, zal het nog lang een mysterie blijven schat ik in.


Zwaartekracht, een fundamentele natuurkracht? (De relatie 1/r^7 en 1/r^2)

In mijn visie is zwaartekracht geen fundamentele natuurkracht te noemen omdat het verschijnsel dat wij zwaartekracht noemen naar mijn overtuiging optreedt als gevolg van een bijwerking van de onderlinge aantrekkingskracht van bundels van kris kras door elkaar heen bewegende straling. De oorzaak van optreden van het verschijnsel zwaartekracht ligt hem naar mijn stellige overtuiging in de residuele werking van de sterke kernkracht in de atoomkernen (CRSK) op de stralingsdeeltjes (fotonen) waardoor een soort (naar omstandigheden variabel) effect van toegenomen deeltjes om de kernen ontstaat, vergelijk het met ijzervijlsel (driedimensionaal) om een magneet steeds verder van de kern wordt het effect natuurlijk ijler maar blijft de straling zich wel onderling aantrekken. Hierdoor ontstaat het effect "zwaartekracht" (De relatie 1/r^7 en 1/r^2). 

  
De ankers van de “zwaartekracht”

De hiervoor genoemde deeltjes in de ruimte van de atomen zie ik als de "ankers" van  waaruit zich het hele krachtenspel opbouwt die ons universum en het gehele heelal hun werkelijkheid geven. Zonder deze ankers is er geen heelal mogelijk. In een ander blogonderwerp (  https://fredbaumgart.blogspot.com/2017/03/zwaartekracht-een-fenomeen-dat-optreedt.html ) ben ik al nader ingegaan op deze “ankers”. De samenstelling van het soort atoom heeft grote invloed op de werking die deze ankers uitoefenen.

Rondom de atoomkernen beschrijven de elektronen hun banen op verschillende niveaus. Dit is vaak beschreven en deze baanverwisselingen (hoger of lager) gaan gepaard met het loslaten of invangen van een foton. Rondom de kernen moeten er dus altijd en overvloedig fotonen aanwezig zijn die hun rol in het spel van binden en loslaten vervullen. Dit vindt in immense  aantallen plaats.   


Elektromagnetische kracht en zwaartekracht zelfde verschijnsel? 

Ik denk dat zowel de elektromagnetische kracht als de zwaartekracht beiden overgebracht worden door fotonen (reikwijdte 1/r^2 afname in afstand). De zwaartekracht wordt hypothetisch overgebracht door gravitonen waarvan ik denk dat dit overbodig is te stellen. Vanuit mijn theorieën volgt de verklaring dat ook de zwaartekracht wordt overgebracht door fotonen. De elektromagnetische golven geven in hun canvasverband mede het effect.

Dit houdt in dat beide effecten veroorzaakt worden door de zelfde bron en in feite een fundamentele natuurkracht zijn. Dit zou inhouden dat er niet vier maar drie fundamentele natuurkrachten zijn. De sterke- en de zwakke kernkracht en de elektromagnetische/zwaarte kracht (EZK). De eerste twee op kwantumschaal en de derde zowel op kwantum- als kosmische schaal.

Dus licht: - een golf – heeft een elektrische- en een magnetische component die loodrecht ten opzichte van elkaar bewegen. De magnetische component (ook in de context van het canvas van straling) is ten zeerste actief bij het optreden van het verschijnsel dat wij “zwaartekracht” noemen.


Zwaartekracht emergent?

Wat wij ervaren als zwaartekracht is het logische gevolg uit de door mij omschreven effecten van mijn stelling. Het omschreven effect is er aanwijsbaar, niet alleen, maar ook in de atomen en in het multiversum, (voor de simpelheid even gesteld dat er geen afwijkende omstandigheden kunnen bestaan tussen universums onderling bezien). Overal doet zich het effect zich - oneindig precies tot achter de komma - voor.   


Copyright Fred Baumgart  


vrijdag 14 juni 2019

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 1 - inleiding


Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht


HOOFDSTUK 1 - inleiding


Mijn uitgangspunt


Hoe ik mijn inbreng zie

In de theoretische natuurkunde hebben wij te maken met een aantal fundamentele zaken waarvan wij naar het hoe en waarom en het functioneren slechts kunnen gissen. Ik zie dat er ook vele verklaringen gezocht worden.

Ook ik ben er mee bezig en laat over zaken en onderwerpen waar totaal geen duidelijkheid over bestaat ook mijn fantasie gaan. Natuurlijk heb ik mij in het onderwerp verdiept en daar waar nodig lees ik mij zoveel mogelijk in. Ik probeer mijn ideeën ook te toetsen op wat er wel bekend is en daarna laat ik mijn fantasie verder op los. Mijn publicaties zie ik dan ook als een mix van wetenschappelijke- en filosofische aard.

In mijn bescheiden inzicht in de materie probeer ik heel serieus te zijn in mijn benadering. Ik waak ervoor om impulsief dingen op te schrijven en ook interpreteer ik dingen niet zoals zij mij het beste uitkomen. Citeer ik iemand of haal ik bepaalde zaken aan die geen algemene kennis betreffen dan vermeld ik de bron. Als ik een denkbeeld vind dat niet strookt met mijn waarneming of fantasie dat niet strookt met mijn gevoel en tegen datgene indruist wat ik waarneem dan stop ik subiet met mijn onderwerpen. In dat geval verdoe ik slechts mijn tijd en dat van anderen.

Wat ik wel van belang vind is dat ik mijn bijdrage aan de discussie lever. Mocht ik een nieuwe ingang van denken aanleveren wat een klein beetje verdere inspiratie de juiste richting ingeeft voor anderen dan zie ik mijn missie als geslaagd.

De natuur houdt van simpel, zo zie ik het eigenlijk. Zo lang ik erover nadenk heb ik mijn gedachten op punten een andere kijk gekregen op zaken zoals zij tot nog toe worden voorgesteld in de wetenschap. In de loop der tijd hebben zich in mijn visie een andere ordening van zaken ontwikkeld die het voor mij een stuk overzichtelijker maakten om een visie te ontwikkelen hoe alles in elkaar grijpt.

Maakt het veel uit ten opzichte van de gangbare inzichten? Op zich niet maar ik heb wel een aantal nieuwe termen en uitdrukkingen moeten formuleren om mijn inzichten te kunnen verwoorden. Op zich zie ik deze benamingen als een logisch gevolg van mijn denken om sommige processen te kunnen verklaren.

Het meest fundamentele verschil dat ik maak in mijn denken is dat er naar mijn inzicht geen oerknal is geweest. Vanuit dit inzicht ben ik tot de conclusie gekomen dat er geen oneindige temperaturen of druk benodigd is geweest om ons universum te vormen.

Geholpen door de formule van de speciale relativiteitstheorie van Einstein heb ik mij een voorstelling kunnen maken van de situatie zoals deze voor het oerevenement van de vorming van ons universum heeft moeten zijn. Ik heb hier al over gepubliceerd, daarom ga ik hier even niet verder diep op in.

Men zal zich ongetwijfeld afvragen van wat was er dan voor de situatie van waaruit dit oerevenement van onze vorming van onze werkelijkheid ontstond? Ik denk – ook weer geïnspireerd door de formule van Einstein – dat dit de oervorm van energie moet zijn. Speelt tijd hier een rol? Neen, tijd is een begrip dat wij alleen kennen in een universum (een werkelijkheid als de onze waarin wij leven). Wij zijn niet anders dan een 4-dimensionale verstoring in de oervorm van energie.

Ik heb mij wezenloos lopen filosoferen en redeneren wat er nou voor een oerknal had moeten zijn. De aanname dat alles zou moeten voortgekomen zijn uit een evenement ten gevolge van een explosie dat kleiner was dan een atoom is voor mij altijd onverklaarbaar geweest.


Wat ik bedoel in het onderwerp van dit stuk

De werking die ik omschrijf in mijn stuk is slechts die dat de - ook doorgegeven - aantrekkingskracht tussen de in het canvas van straling bevindende hoeveelheden elektromagnetische straling de oorzaak is van het bijeenhouden van objecten. De straling gaat dus niet (al dan niet hierdoor beïnvloed en of gebogen) door donkere materie heen maar is zelf de oorzaak van het bij elkaar houden van de objecten. De kracht die hiermee gepaard gaat hoeft niet groot te zijn. Een minimale werking is al voldoende. Het is de massaliteit die het effect sorteert. De uitwerking van deze aantrekking is gelijk aan het equivalent van de hoeveelheid donkere materie waar wij naar op zoek zijn. 

Nou is de gangbare opvatting dat dit helemaal niet kan. Fotonen zijn volgens de inzichten immers massaloos en elektrisch neutraal zoals ik mij ook heb laten vertellen.

Toch denk ik dat er argumenten zijn om hier anders tegen aan te kijken. In de hoofdstukken van dit stuk ga ik er verder op in om mijn visie toe te lichten.


Het scheermes van Ockham 

Via de formule van Einstein naar mijn voorstelling van de situatie ontstonden er dus voor mij meerdere hypothesen in de vorming van onze werkelijkheid. Vanuit mijn redenering was het ineens een stuk gemakkelijker om tot een aantal verklaringen te komen die de werking van ons universum en het heelal te verklaren. Ik zeg gemakkelijker maar ik bedoel eigenlijk te zeggen dat in het geval van een oerknal het voor mij onmogelijk geweest zou zijn om mijn ideeën op papier te zetten want dan kom ik iedere keer terecht op situaties die ik niet had kunnen omschrijven. 

Waarom niet simpeler gezien? 3 Fundamentele natuurkrachten in plaats van 4, alles voortkomende uit kwantummechanische schaal. Het maakt het dan ook een stuk minder moeilijk om je voor te stellen wat voor evenement er plaatsgevonden heeft tijdens het ontstaan van ons universum en dus ook wat er daarvoor geweest moet zijn.

We kunnen wel dingen gaan opperen om de extra benodigde materie te verklaren. Maar waarom niet kiezen voor het meest voor de hand liggende? We zien het verschijnsel van de zwaartekrachtlenzen. Als de langsbewegende straling zich gedraagt als water dat om een steen in een beek gaat dan ondersteunt het mijn stelling. Als wij zwaartekrachtlenzen waarnemen waar het licht dat passeert vanaf het midden gezien naar buiten steeds verder uitwaaiert dan is mijn stelling ontkracht.

Zowel de elektromagnetische kracht als de zwaartekracht hebben een reikwijdte van 1/r^2. De elektromagnetische kracht wordt overgebracht door fotonen en de zwaartekracht door hypothetische gravitonen. Het lijkt voor de hand te liggen dat ook hier de fotonen de overbrengers zijn. Het canvas van fotonen is alom aanwezig. Hoe compacter de massa hoe geconcentreerder dit canvas van straling aanwezig is. De doorgifte van de reikwijdte (1/r^2) gaat vanaf kwantum tot kosmisch niveau traploos door. Het is fascinerend dat je hiermee kunt voorspellen hoe "zwaartekracht" werkt, zowel in een zwart gat als van objecten die ver van elkaar af staan en alles er tussen in.

Het canvas van straling moet je dus zien als een soort van 4-dimensionaal in dichtheid wisselend membraan. Het maakt ook niet uit of objecten die dus onderling aan elkaar trekken qua lading netto neutraal zijn. Het is het canvas van straling dat zowel op kwantummechanische als kosmische schaal als een gecombineerde kracht werkzaam is.


Verifieerbaar en falsifieerbaar


Verifieerbaar

Zoals ik mijn ideeën heb verwoord zie ik uit waarneming wat er gebeurt. Iets anders kan ik niet concluderen.

Het enige dat wij niet zien is de situatie voor het oerevenement van de vorming van onze werkelijkheid. Dus ook de situatie die ons universum omgeeft. Hier zie ik het grootste probleem in. Om deze situatie voor te kunnen stellen als een eendimensionale toestand waarin geen tijd heerst lijkt mij logisch.

Er zijn dan twee mogelijkheden:

A: Helemaal niets;

en

B: Een toestand van energie.

Ad A: Helemaal niets, dan is er geen vorming van ons universum mogelijk of zelfs geen heelal.

Ad B: Dit is dus het meest waarschijnlijke. In de formule E=mc2 van Einstein zie ik het antwoord. De E is van toepassing in het oerheelal en niet in een universum. Waarom ik dit denk is simpel: massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid is E. Dit is van een heel andere orde als de E zoals wij deze veronderstellen in ons universum.    


Falsifieerbaar

A: Met betrekking voor plaatsvinden van het oerevenement en rondom ons universum:

We zouden dan aan moeten kunnen tonen dat er “niets” is of materie (niet in de vorm van E). Ik kan hier niets bij bedenken. De steeds snellere uitdijing van ons universum is in mijn ogen een vaststaand gegeven. Dit kan alleen in mijn ogen als er sprake is van een zeer sterke vacuümwerking. Als er niets zou zijn dan zou ons ons universum wel hebben kunnen uitdijen maar steeds langzamer.

B: In ons universum, onze werkelijkheid.

De processen die ik waarneem zijn volgens mij wetenschappelijke reeds vastgesteld. Ik neem als voorbeeld het afbuigen van licht onder invloed van een object. Ik betrek dit gegeven mede als uitgangspunt van mijn stellingen. Ook het prijsgeven of winnen van een foton als een elektron van baanhoogte verandert is zo’n gegeven. Op het moment dat de wetenschap deze feiten gaat bestempelen als onjuist of anders dan vervallen mijn ideeën of op zijn minst moet ik ze herzien.


Gedachte-experiment(en)

Natuurlijk blijf ik nadenken over de gehele materie. Ik beschrijf wat ik zie en ga er op in en formuleer motiveringen en voorbeelden. Ik probeer het op zo’n manier op te stellen dat ik denk dat het voor iedereen leesbaar is. Hier besteed ik veel tijd aan. In mijn fantasie zijn mijn denkbeelden heel levendig en zie ik ze als het ware voor mijn ogen gebeuren. In dat opzicht experimenteer ik er op los. Ik probeer alles vanuit vele gezichtspunten te bezien. Ook van wat anderen als verklaringen zien (snarentheorie bijvoorbeeld). 


Trolloide gedrag

Dit was voor mij een nieuw begrip. Eenmaal heb ik het genoegen gehad om wat uitgebreider van gedachten te mogen wisselen. Ik beken eerlijk dat ik als ik iets beweer of in stelling breng ik het ook zoveel mogelijk staaf en toelicht uit bronnen en die ik als ik ze citeer vermeld. Dat vind ik niet meer dan normaal. Als ik kom tot reactie op een antwoord of een vraag dan formuleer ik zeer secuur en waar nodig raadpleeg en verifieer ik ook – voornamelijk - het internet.


Wisselwerking van straling met de sterke kernkracht

Verder in het stuk ga ik ook in op het verschijnsel dat wij “zwaartekracht” noemen en de wisselwerking van straling met de sterke kernkracht. 

Ik wil duidelijk stellen dat ik niet vind dat zwaartekracht een resteffect is van de sterke wisselwerking en voor de rest niks. De sterke wisselwerking blijft de sterke wisselwerking. Wat ik wel vind is dat het verschijnsel dat wij zwaartekracht noemen getriggerd wordt door de reststerkte van de werking van de sterke kernkracht. Dit is een heel wezenlijk verschil zoals uit mijn publicaties blijkt.

Ook wil ik heel duidelijk stellen dat ik gezien het bovenstaande absoluut niet torn aan gangbare en bevestigde theorieën betreffende de sterke wisselwerking. Ik gebruik slechts het residuele (cumulatief gezien mede met alle andere kernen er omheen) restant van die kracht buiten de rand van de kern om mijn effecten te verklaren. Meer niet. Ik geef geen enkele eigen interpretatie aan de werking van de sterke wisselwerking. Als men dat wel denkt is dat dus niet zo.


Copyright Fred Baumgart