Vertalen

Posts tonen met het label donkere energie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label donkere energie. Alle posts tonen

zondag 4 oktober 2020

De quanta domeinen

 

De quanta domeinen

 

 

Dit blogonderwerp handelt over het specifieke moment dat energie “E” overgaat in materie ten gevolge van een ontlading vanuit de 1e hoofddimensie naar een 2e hoofddimensie. (Om niet in herhalingen te vervallen verwijs ik naar mijn eerdere uitgebreide publicaties over door mij gehanteerde begrippen). 

 

Ik merk dat mijn publicaties zich steeds meer gaan concentreren rondom de fenomenen van de elektromagnetische kracht. Het voert mij steeds meer tot de “kern”.

 

Gaandeweg in mijn theorie heb ik een aantal nieuwe begrippen moeten introduceren. In dit hoofdstuk wil ik ingaan op de zelf door mij benoemde term “snapping”.

 

“Snapping” is een ongekend heftig proces, het gebeurt in geweldige hoeveelheden en de krachten die hierbij tot uiting komen zijn ongekend. De “transitie” van E naar mc2 “snapping” is uitzonderlijk heftig. Het betreft de overgang van de linkerkant van de formule van de SRT naar de staat van die aan de rechterkant. Het is de ontlading die aan de wieg staat van een nieuwe werkelijkheid, een universum, zoals de onze waarin wij leven. Het is mijn versie van een oer-evenement, geen oerknal. Oneindige dichtheid en oneindige temperatuur komt in mijn theorie op het moment van het oer-evenement niet voor.

 

 

“Snapping”, ontstaat er in het gevormde quantum domeintje dan een bolletje, staafje, string of is het vormeloos? Wat is de vorm van een elementair deeltje?

 

Ik ga nu niet alle mogelijkheden separaat behandelen maar intuïtief en logisch gezien spreekt mij een bolletjesvorm het meeste aan. Ik laat mij op dit moment het meeste leiden door als normale bevestigde natuurkundige feiten zoals oppervlaktespanning. Alle andere vormen zouden in de een of andere vorm mogelijk kunnen zijn maar dat lijkt mij niet echt noodzakelijk. Als dat zo zou zijn dan kunnen er additionele wisselwerkingen ontstaan die het wat ingewikkelder maken maar die onze natuurkunde zoals die hoort bij onze werkelijkheid niet in de weg hoeven te staan.

 

“Wolkjes” van E-entiteiten

 

Tijdens en na het “snappen” is het natuurlijk ook denkbaar dat de 1e hoofddimensie uiteenspat in energiedeeltjes die ten gevolge van een elektromagnetische wisselwerking samenklonteren met een hele hoge aantrekkingskracht tot elementaire deeltjes zoals wij deze kennen. De kracht die deze elementaire deeltjes bijeenhoudt is dan veel groter dan de sterke kracht. Om elementaire deeltjes dan verder te ontleden zou krachten vergen die vele malen sterker zijn dan die wij in onze deeltjesversnellers kunnen opwekken.

 

Een 5e dimensie?


Het bovenstaande is natuurlijk weer razend interessant. Want zeker niet uitgesloten zou het zo kunnen zijn dat (alle of een deel hiervan van) onze elementaire deeltjes op deze wijze beschouwd uit meerdere bouwsteentjes bestaan. Echter, door hun samenstelling in onze werkelijkheid bestaan deze bouwsteentjes op hun beurt weer uit materie waarmee zij dus voldoen aan onze ruimtelijke dimensies.

 

Het kan echter wel van uit de redenering gezien van mijn theorie. Mocht in de uiteindelijk verklaring van een theorie van alles een 5e dimensie nodig zijn dan zouden de door mijn benoemde energiedeeltjes wel eens extra houvast kunnen bieden.

 

Deze energiedeeltjes zouden dus bouwstenen kunnen zijn van onze elementaire deeltjes. Dat hoeft echter noodzakelijkerwijs niet zo te zijn. Het zou ook kunnen zijn dat de e-deeltjes zich ophouden tussen onze elementaire bouwstenen. In dit geval moeten er dus deeltjes mogelijk zijn met een mindere massa dan fotonen en die dus een hogere snelheid in zich hebben dan die snelheid welke wij de lichtsnelheid noemen. Vanuit mijn redenering zou dat ook kunnen eventueel (tussen “c” – lichtsnelheid (foton) ligt in onze natuurkunde “E” -  en “c2” nog een enorm potentieel).     

 

Kunnen wij dit verifiëren?

 

In natuurkundige opstellingen met experimenten zal dit moeilijk liggen. Wat wel kan zijn gedachten experimenten. Dus meer in de trend van als het er niet is wat dan? Als het er wel is wat zijn dan de uitkomsten? Voor dat laatste vind ik wel wat te zeggen. Wij werken immers niet met volledig hypothetische grootheden maar met uitkomsten uit een – nog niet weerlegde – natuurkundige redenering. Want wat is het effect als de natuurkundige redenering die hieraan ten grondslag wordt weerlegd? Dan blijven wij uitgaan van een in mijn ogen onlogische oerknal (met onlogische grootheden als oneindige druk en temperaturen) met daarvoor niets of een soort jojo-effect van uitdijende- en inkrimpende universum(s?). Dan hanteer ik liever het scheermes van Ockham.    

 

 

Annihilatie

 

Een kort woordje hierover in het verband van dit onderwerp. Als een positief en negatief geladen deeltje elkaar annihileren gaan deze over tot straling. Straling is in mijn definitie ook niets anders dan materie. Golven van materie blijven onderscheidenlijk bestaan uit materiedeeltjes. Wij kunnen nu misschien niet altijd voorspellen in welk deel van de golf een materiedeeltje zich bevindt of weer verschijnt maar het is in mijn overtuiging slechts een kwestie van tijd wanneer wij dit volkomen onder de knie gaan hebben.

 

Kunnen wij hier verder nog wat uit afleiden?

 

Heel paradoxaal maar het heeft er dan schijn van dat in onze werkelijkheid elementaire deeltjes opgebouwd zijn uit mogelijke “wolkjes” energie-entiteiten (deeltjes en dan weer in verschillende hoeveelheden per elementair-deeltje) zoals ik in het verre verleden al eens heb geopperd. De afzonderlijke elementaire energie-deeltjes zouden dan ook een eigen integrale elektromagnetische dynamiek hebben. (Dit zou mogelijk het bestaan – en het gedrag - van elektromagnetische velden in hun samenstelling verder kunnen verklaren. Een elektrisch- of magnetisch veld, ja die zijn er maar waar bestaat het uit?)

 

Is dit te verifiëren?


Dit valt alleen te verifiëren als wij de elementaire deeltjes uiteen kunnen laten vallen in experimenten. Wij moeten dan materie versnellen (mogelijk tot ver) boven de snelheid die wij lichtsnelheid noemen. Het creëren van botsingen lijkt mij wel interessant maar niet noodzakelijk (als botsingen fysiek al mogelijk zijn bij die snelheden want wanneer en bij welke snelheid treedt het effect “E” op en voldoet het dan nog wel aan de definities van onze ruimtelijke dimensies?).   

 

Zijn deze E-deeltjes dan energie of materie?

 

Dit is natuurlijk super interessant. Ik wil hier graag nog een keer verder op ingaan maar het valt op het moment even buiten het kader van dit onderwerp waarin ik het specifieke moment van overgang (oer-evenement – geen oerknal in mijn visie) van “E” naar materie behandel.

 

In ieder geval bestaan deze deeltjes “E” volgens de definitie van de beroemde formule E=mc2 uit massa als zij de overgang uit het oer-evenement hebben gemaakt. Door hun massa (daar kunnen wij dus alleen over spreken als elementaire deeltjes dus ook daadwerkelijk opgebouwd zijn uit energiedeeltjes) bevinden zij zich onder die van fotonen zelfs. De waarde mc2 is altijd gelijk aan “E”. Het bijzondere is dat c2 een dusdanig hoge waarde heeft dat pure “E” alleen kan voorkomen als er geen fysische massa meer in de vergelijking voorkomt (wel het berekende equivalent in waarde vanzelfsprekend). C2 vereist dus oneindige energie en dat is dus een waarde die nooit bereikt kan worden. Theoretisch natuurlijk wel maar niet in fysica die voor mij de 1e hoofddimensie beschrijft (niets en oneindigheid in perspectief). Door hun “c” waarde, behorend bij hun theoretische massa bestaan deze deeltjes (in de 1e hoofddimensie, het oerheelal) dus uit energie “E”, het linker-gedeelte van de formule van de SRT. Het ziet er dus niet uit als materie, het is pure in hun structuur aaneengesloten “E”. In onze werkelijkheid (de 2e hoofddimensie, ons universum) is dus sprake van een omkering van de situatie in positie naar het rechter-gedeelte van de formule van de SRT.

 

 

Is dat niet raar om E-deeltjes te veronderstellen want dat zou een vorm van materie kunnen inhouden?

 

Inderdaad lijkt dat paradoxaal. Echter door zijn bijzondere kenmerken heeft de eerste hoofddimensie een bijzondere structuur. Vergelijk het een beetje met een 1-dimensionaal model, een oneindige punt. Deze paradoxale structuur waar ik het zo vaak over gehad heb is oneindige energie. Begrippen als tijd en afstand zoals wij dat kennen spelen niet, ook niet wanneer het terug gecreëerd is uit een vervallen universum dus. Links of rechtsom en hoe wij het ook benoemen: dit moet de een of andere natuurkundige uitingsvorm hebben. Het is namelijk niet “niets”. Als het een dode toestand zou wezen dat zou ons universum niet mogelijk zijn en wij dus ook niet bestaan. 

 

 

Wat gebeurt er verder?

 

Tijdens de ontladingen "snapt" de 1e hoofddimensie in tollende stukjes materie uiteen die verschillende diameters hebben maar wel qua grootte te categoriseren zijn. Deze quanta kunnen bij het ontstaan links of rechtsom tollen. Dit rondtollen wekt een elektromagnetisch fenomeentje per quantumdeeltje op dat wij categoriseren qua energie of massa in elektronvolt (eV).

 

Het hiervoor genoemde tollen van het deeltje is niets meer dan het - al dan niet onder invloed van aanliggende deeltjes - willen opvullen van het domeintje terug naar de staat zoals die heerst in de 1e hoofddimensie. Door de E (energie) overgang in mc2-waarde (massa) is dat echter niet meer mogelijk. De snelste van deze ontstane materiedeeltjes (quanta), even ingezoomd op fotonen, kunnen niet meer boven die toestand komen dan die van wat wij gerelateerd aan de lichtsnelheid noemen “c”. Dat laatste benoem ik zo omdat in de natuurkunde algemeen wordt beargumenteerd dat fotonen zich enerzijds kunnen gedragen als materie en dan weer als energie. Dit kan alleen maar omdat die fotonen, in welke staat zij zich ook mogen bevinden, niet sneller dan “c” voortbewegen.

 

Bij hypothetische waarden boven “c” maar nog onder “c2” komen andere natuurkundige situaties voor. Deze situaties veranderen op het moment dat “c” de waarde “c2” bereikt, dan treedt is de situatie “E” in werking getreden.

 

Zolang het deeltje nog niet geheel over is gegaan van de toestand verband houdende met de overgang van “c” naar “c2” voldoet het niet aan onze definitie van materie en ook niet aan de door mij in mijn theorie gedefinieerde toestand van “E” – energie -. Ter verduidelijking: “c2” te zien in de context van oneindigheid, zie mijn voorgaande publicaties. De 1e hoofddimensie is immers ook oneindig. De overgang naar “E” moet dus ergens liggen voor de exacte rekensom c2. Hoe deze toestand er uit ziet en hoe ik deze moet omschrijven weet ik nog niet. Hier heb ik nog niet voldoende over nagedacht en gevisualiseerd. Voor mijn stellingen heeft het echter geen gevolgen zover als ik nu kan overzien want alle mechanismen blijven intact.

 

Het bovenstaande is wel interessant want wij hebben hier blijkbaar te maken met een mogelijke tussenvorm van materie en energie. In onze werkelijkheid komt dit niet voor. Als het voorkomt dan kan deze tussenvorm alleen voorkomen in - en dan steeds verder opgeschoven naar de uiterste grenzen - van de anti-singulariteit die ik gedefinieerd heb als integraal onderdeel aan de buitenzijde van ons universum. In eerdere publicaties heb ik mijn vragen opgeworpen over de juistheid van het verwisselen (in toestand van deeltjes) van materie en energie van de ene kant van de formule naar de andere kant. Dit kan volgens mij niet (in onze werkelijkheid waarin wij leven).

 

In onze 2e hoofddimensie is dus in de ruimte om het deeltje qua massa een compleet "niets", uitgegaan dan dat een elementair deeltje niet is opgebouwd uit afzonderlijke E-entiteiten. De deeltjes met hun elektrisch- en magnetisch moment zijn dan blijkbaar niets anders dan de basis-ingrediënten die benodigd zijn om tot aansluiting van de quantum domeinen in de oertoestand van de 1e hoofddimensie terug te keren. Deze hernieuwde aansluiting vindt plaats onder invloed van het verschijnsel dat wij “donkere energie” noemen.

 

En een stilstaand deeltje dan?

 

Een stilstaand deeltje neemt – tijdelijk (zolang het zich nog niet onder invloed van een interactief ander deeltje bevindt – een wat uitzonderlijke plaats in. Elektromagnetisch gezien vindt er geen activiteit plaats (afgezien van de hierboven genoemde mogelijkheid dat een elementair deeltje is opgebouwd uit afzonderlijke E-entiteiten) en is er blijkbaar vanaf deze “rust” (nog geen) geen activiteit om terug te keren naar de staat van “E”.

 

Wat dan in het geval van midden in een zwart gat, een foton op de spiegel (waarnemingshorizon) van een zwart gat of een los in de ruimte uniek los zwevend elementair deeltje?

 

In ieder geval denk ik dat een deeltje vroeg of laat weer gaat spinnen. Dat hernieuwde spinnen kan in mijn gedachten zonder problemen – als zich de juiste omstandigheden voordoen – ook in de andere richting gaan afspelen waardoor het deeltje een omgekeerde elektromagnetische lading heeft gekregen maar het blijft hetzelfde deeltje. (Als het aardmagnetisch veld zich omkeert, iets dat wel vaker voorkomt, blijft het ook dezelfde planeet). Ook brengt het mij tot de vraag of een deeltje en het bijbehorende antideeltje niet eigenlijk hetzelfde type deeltje zijn met als enige onderscheid dat zij andersom lijken te spinnen als het andere deeltje. Dat laatste alleen veroorzaakt door andere elektromagnetische activiteit van deeltjes er omheen. Bovendien links- of rechtsom spinnen van een deeltje is toch ook hoe je het bekijkt, van boven of van onder? 

 

Er blijven dus in mijn ogen 4 mogelijkheden van wisselwerken van deeltjes op elkaar over. “Rechtop” links of rechts draaiend en “ondersteboven” links of rechts draaiend. Dit natuurlijk alleen in het geval van wisselwerking. In een volkomen los en vrij hangend hypothetisch deeltje zijn slechts de standen links- of rechtsom mogelijk. De stand “stil” buiten beschouwing gelaten, daar ben eerder al op ingegaan.   

 

Is dit willen terugkeren naar de staat van “E” donkere energie of donkere materie, wat is het verband?

 

Als het de kracht is die terugkeer naar “E” probeert te herstellen is het dus donkere energie - opgesloten – op quantumniveau. Zeker op dit niveau legt dit effect het qua sterkte af tegen gravitationele effecten van de wisselwerking van deeltjes op quantumniveau. Op enig moment en op kosmische schaal manifesteert dit fenomeen zich als donkere energie. Dit kan omdat zich aan de buitenrand - schil om- en behorend tot ons universum - een extreem krachtig vacuüm heerst. De domeinen kunnen op quantumniveau niet verder uitzetten dan dat E bereikt is en alle domeinen weer de complete aansluiting hebben bereikt. Dat geldt dus ook op kosmisch niveau). De energieën die benodigd zijn om dit te bereiken liggen op een zeer hoog niveau (fotonen versnellen boven de lichtsnelheid bijvoorbeeld).

 

De bovenstaande constatering dat de kracht tot terugkeer van een deeltje van materie naar “E” dezelfde is als de kracht die wij op kosmische schaal donkere energie noemen is in mijn ogen opmerkelijk. Een ander door mij vaak benoemd verband – die tussen aantrekkingskracht op quantumniveau en kosmisch niveau – sterke-, zwakke- en elektromagnetische kracht en zwaartekracht lijkt evident maar dan omgekeerd. Zwaartekracht is elektromagnetische kracht maar dan uitgelegd op kosmisch niveau. De zwakke kracht en de sterke kracht zijn beiden afgeleiden van de elektromagnetische kracht. (Dit komt alleen door de interactie van elektromagnetische effecten van de verschillende elementaire deeltjes). De elektromagnetische kracht is zowel op quantum- als kosmisch niveau de dragende kracht.

 

Spreek ik mijzelf tegen?

 

Ik wil niet de indruk vestigen dat de effecten van het elektromagnetisme op het gebied van gravitatie en terugkeer naar de staat “E” door elkaar haal. Het zijn 2 verschillende natuurkundige fenomenen die beiden zijn oorsprong vinden in het geheel van gebeurtenissen. Deze twee fenomenen komen in deze vorm alleen naast elkaar voor in een 2e hoofddimensie (een universum zoals onze werkelijkheid). Enerzijds de aantrekkingskracht van materie onderling en anderzijds de krachten die terugkeer van materie naar “E” willen. De pure “E” van de aaneengesloten toestand van de 1e hoofddimensie biedt in zich de basis ingrediënten van het elektromagnetisme (die dus nog niet tot manifestatie van eigenschappen hebben kunnen komen want daarvoor is een evenement als een ontlading waarin energie “snapt” tot deeltjes noodzakelijk).

 

Dus: in onze werkelijkheid door het manifesteren van materie is het elektromagnetisme met de specifieke kenmerken hiervan gevormd. Bij zeer hoge snelheden vervallen de elektromagnetische kenmerken en treedt de staat “E” op. Deze laatste staat “E” blijft stabiel (ruimtelijke dimensies bestaan niet meer) totdat er een nieuw oer-evenement ontstaat dat een nieuw universum vormt.   

 

Elektromagnetisme is dus ook te zien als een bijproduct van de drang van deeltjes om weer terug te keren naar “E”. Ze willen wel terug maar kunnen (nog) niet.

 

 

Domeingrootte quanta naar massa-energie in eV. Domeinen sluiten niet aan of toch wel?

 

De laatste vraag in de voorgaande alinea is dan weer zeer interessant. Het is mij duidelijk dat “E” in de context van de 1e hoofddimensie gezien een aaneengesloten integrale toestand betreft. Om dat theoretisch weer terug te bereiken dienen de domeintjes dus weer aaneengesloten terug te keren tot de oorspronkelijke oerstaat. De laatste veronderstelling dat de hoeveelheid materie van een onderscheidenlijk deeltje bepalend is wanneer de toestand “E” bereikt wordt lijkt dus het meest houdbaar want dat is immers de vereiste om alle domeintjes weer aaneengesloten aan elkaar te krijgen. Als dat laatste niet zo zou zijn dan krijg je dus afstandsverschillen tussen de domeinen die dus een mogelijke aaneenschakeling tot een homogene toestand in de weg staan. Aan de andere kant is een zekere plooibaarheid van “E” die tot aaneensluiting leidt ook weer niet ondenkbaar. In een eerdere publicatie heb ik een vergelijkbaar effect maar dan gezien vanuit de 1e hoofddimensie al besproken.

 

Drukverschillen en plaatselijke omstandigheden (ART) in ons universum geven ook een verschil in ruimtelijk volume en bereik van de quanta-domeinen. Deze uiten zich onder andere in vormen van verschillen in gravitatie waar ik het al uitgebreid over gehad heb eerder in mijn onderwerpen. Deze veranderingen in gravitatie zijn natuurlijk hoogst interessant want blijkbaar kunnen de quanta-domeintjes in toenemende nabije hoeveelheden onder elkaars invloed minder ruimtelijk volume gaan innemen. Dit proces gaat door totdat de quanta geheel tot stilstand zijn gekomen. Deze gehele stilstand zou bijvoorbeeld het meest voor de hand kunnen liggen in omstandigheden op enig moment ontstaand en dan heersend in de kern van extreme zwarte gaten. Dan staat ook de tijd stil daar. Dit blijft zo totdat het segment van ons universum waarin het zwart gat zich bevindt door toedoen van de werking van de donkere energie zoveel energie door snelheid (ten gevolge van de vacuümwerking type 3, veroorzaakt door de 1e hoofddimensie) aan zich heeft toegevoegd gekregen dat deze spontaan weer overgaat in energie “E”. Dit is een proces dat zich alleen in de buitenste regionen (de door mij eerder benoemde anti-singulariteit) van ons universum kan afspelen.

 

Duidelijk is dat bij de vorming van de quanta processen als elektromechanisme zijn ontstaan. Door hun kenmerken in verschillen van energie/massa categorieën ontstaat er direct allerhande wisselwerkingen tussen de deeltjes. Deze wisselwerking van aantrekking en afstoting veroorzaakt vorming van bijvoorbeeld protonen en neutronen uit de elementaire quarks. Dit laatste volgt uit vastliggende natuurkundige basiswetten. Wij zullen de complete wisselwerkingen moeten leren begrijpen uit die deeltjes uit het systeem van fundamentele deeltjes want meer is er niet. Het blijft een moeilijke, maar we komen er uit. Misschien moeten wij ons denken op sommige punten bijsturen en veranderen zoals bijvoorbeeld het veronderstellen dat fotonen altijd massa hebben in onze werkelijkheid en ook dat zij een magnetisch en elektrisch moment hebben.    

 

 

Is de materie van het quantumdeeltje noodzakelijkerwijs het equivalent van E?

 

De waarde “c2” en dus in het bijzonder welke snelheid aan “c” van toepassing is, is dus ook een factor. Want als bij de lichtsnelheid “E” (soms deeltje soms “E” bij “c”) optreedt waarom is dan c2 noodzakelijk?

 

De waarde “E” van het quantumdeeltje in een quantum domein is de totale "integrale" opvulling van dat domein. Als deze domeinen aan elkaar liggen is er sprake van de 1e hoofddimensie met zijn door mij al veel malen eerder omschreven paradox van kenmerken en subdimensies (4).

 

Aan de andere kant vind ik het ook niet aannemelijk dat de 1e hoofddimensie bij een ontlading in precies identieke hoeveelheden “E” met verschillende massa onderdelen uiteenvalt. Dan zouden alle deeltjes precies hetzelfde (zowel links- als rechts tollende deeltjes) moeten zijn maar dat zien wij niet. Het ontladen gebeurt dus in verschillende groottes oorspronkelijke “E”. Daardoor zijn er verschillende soorten elementaire deeltjes. Omgekeerd zal een deeltje dus terug willen keren naar “E”. Het 1e dimensie equivalent zal dus per deeltje verschillen. Dit houdt dus in dat inderdaad meer materie “m” meer “E” vertegenwoordigt. De waarde “E” is dus rechtstreeks de uitkomst van “mc2”. Als materie zich terug vormt tot integrale “E” dan moeten deeltjes zich dus kunnen verenigen in “E” met elkaar. Omgekeerd: vanuit “E” is dit laatste niet van toepassing want er was al sprake van integrale “E”.

 

Het is dus theoretisch mogelijk dat er tijdens ontladingen deeltjes gevormd zijn die buiten ons nog ontdekte spectrum van deeltjes liggen. Die zullen dan steeds minder voorkomen en zelfs zeldzaam kunnen zijn (zij zijn wel nodig om eventuele lacunes in ons begrip van de integrale wisselwerkingen van het elektromagnetisme definitief te doorgronden). Dit heeft dan als oorzaak een bijzondere omstandigheid tijdens het “uiteen-snappen”. Het is dus logisch te veronderstellen dat bepaalde deeltjes (veel) vaker gevormd kunnen zijn dan andere (kromme van Gauss denk ik hierbij aan ter visualisatie).     

 

Deeltjes hoeven niet aaneengeschakeld te liggen. Ze kunnen elkaar echter wel aantrekken of afstoten. Dit ligt in hun onderscheidenlijke kenmerken van de deeltjes of hun omliggende (complex van) deeltjes besloten.

 

 

Rustmassa van 0 en massaloos

 

Rustmassa van 0 en massaloos zijn nodig om te kunnen verklaren dat een foton massaloos moet zijn in rust om de lichtsnelheid te kunnen behalen. Dit omdat anders oneindige energie benodigd is om het deeltje die snelheid te kunnen laten behalen.

 

Net zoals aannames waarin oneindige druk en oneindige temperatuur voorkomen heb ik hier ook moeite mee.

 

Vanuit perspectief uitdijend universum

 

Ons universum dijt uit. Dat betekent relatief gezien dat er altijd sprake is van een bewegend deeltje. Stilstand is onmogelijk tenzij het deeltje zich met precies dezelfde snelheid 180 graden de andere richting op begeeft van de ter plaatse geldende uitdijing. Maar staat het dan ook stil? Dat ligt dus alleen maar aan het feit vanuit welke hoek je het bekijkt. Ten opzichte van andere objecten beweegt het juist.

 

Een stilstaand foton met een rustmassa 0 is dan onwaarschijnlijk. In mijn eerdere blogs heb ik uitvoerig geargumenteerd dat massaloos niet kan bestaan in ons universum. 

 

Evenwel zie ik dat massaloosheid als begrip wel geïntroduceerd moet zijn in de hedendaagse fysica omdat anders de voorstelling van wat er gebeurt niet gegeven kan worden. Met andere woorden: zonder de aanname van een staat “E” in ons universum kan de vergelijking van de SRT niet opgaan. Immers: “E” is het equivalent van mc2.

 

Gezien vanuit de massaloosheid

 

Ook blijf ik moeite houden met de aanname om iets dat geen massa heeft, dus ook feitelijk niet kan bestaan voor mij, zodanig te versnellen dat de lichtsnelheid wordt bereikt. Dus wij praten hier over de overgang van niets in materie en daarna in energie. Wonderbaarlijk. Terwijl omgekeerd ook voorkomt, dus als licht weer overgaat in andere fysische processen, van energie via materie naar niets.

 

Gezien vanuit de hypothetische redenering dat een foton in rustmassa de staat “E” heeft     

 

Dit kan natuurlijk ook niet. Want dan is de waarde van dat foton (gelijk te stellen op “E”) op dat moment in die staat mc2. Maar massa heeft het niet dus blijft dan over dat dat foton zou moeten luisteren naar de formule E=c2. De rustmassa van een foton in stilstand is dan het kwadraat van de lichtsnelheid. Hier kan ik mij geen enkele voorstelling meer bij maken. Want dit kan niet. “Niets” kan niet gelijk zijn aan c2.

 

Bovendien, wat is dan dat massaloze deeltje in rust die uit “E” bestaat, hoe ziet dat er uit?

 

Vanuit mijn visie – als het pure “E” zou zijn - zou het in de omstandigheden van ons universum weer onmiddellijk moeten terug vervallen tot massa. Want hoe moet je immers “niets”, deze “E” in stilstand en massaloos daarna weer terug laten keren via versnelling naar dat zelfde deeltje bijvoorbeeld in een golf licht maar dan ook als “E” weer uiteindelijk? 

 

De enige verklaring die ik kan geven

 

Ik zou nog eindeloos door kunnen filosoferen over dit onderwerp. De enige verklaring die ik kan geven is dat er in het heelal (niet te verwarren met mijn begrip universum) 2 verschillende staten op 2 verschillende uitingsvormen kunnen voorkomen. De ene staat en uitingsvorm is materie en de andere staat en uitingsvorm is energie. Een mix kan niet. Wel kosmologische processen van ontstaan en terugkeer. Hier heb ik al zeer veel over geschreven.

  

Copyright Fred Baumgart

  

zaterdag 14 december 2019

Mijn zienswijze en termen





Mijn zienswijze en termen


Korte inleiding op zienswijze

Ook in het kader van de donkere materie en om de leesbaarheid te vergroten denk ik dat het verstandig is dat ik in de eerste instantie een bondige uiteenzetting geef van mijn visie op het geheel. In mijn blogs en pagina’s ga ik ver in op deelgebieden van mijn visie. Ook in dit hoofdstuk ga ik verder in op de onderwerpen waarom ik bepaalde dingen zo zie.

Ik hanteer op bepaalde punten andere uitgangspunten maar ik laat de wetenschap voor zover als ik kan overzien en wat is onderzocht en aangetoond ongemoeid en integreer ik in mijn meningen voor zover mijn capaciteiten dit toelaten.

Verderop in dit hoofdstuk heb ik een kopje “korte verklaring van door mij gebruikte termen” opgenomen. Hier vindt de lezer een korte beschrijving van door mij gebruikte begrippen.


Hoe ik het zie

Ons universum is het gevolg van een oer-ontlading en niet van een oerknal.

1e Hoofddimensie: bij de ontlading naar een 2e hoofddimensie is het resultaat het uiteenvallen in entiteiten (positief of negatief) bestaande uit een elektrische en magnetische component EN een materiecomponent.
Een positief deeltje met een ander positief deeltje laten annihileren lukt niet. Negatief met negatief evenmin.
Lukt het evenwel om een positief- of een negatief deeltje zozeer in elkaar te drukken dat de 3 componenten integreren dan heb je weer een 1 dimensionale component (E=m). Simpelweg stilzetten gaat niet werken (want daarna treedt de 4 dimensionale werkelijkheid weer in werking), er moet sprake zijn van integreren tot 1 entiteit waarbij de componenten positief dan wel negatief in elkaar opgegaan zijn. Dit kan alleen maar in de paradox van de 1e hoofddimensie, het oerheelal.
 
Om deze E-entiteiten gezien vanuit de 1e hoofddimensie uit elkaar te "trekken" tot de 3 componenten in een 2e hoofddimensie vergt ongekende krachten waarbij universums worden gecreëerd. Deze krachten worden door mij beschreven op diverse plaatsen in mijn theorie waar ik inga op de paradoxale omstandigheden binnen de structuur van de 1e hoofddimensie. Mocht dat al lukken dan wordt automatisch ook de component - positief of negatief - van wat wij de bouwstenen van onze werkelijkheid noemen weer mee gecreëerd.

(Overigens, als het resultaat van annihilatie in onze werkelijkheid elektromagnetische straling is dan kunnen we nog steeds niet spreken van de E. De elektromagnetische straling bevat namelijk nog steeds tastbare materie. Zolang dit dus nog het geval is, is er nog geen sprake van E-unificatie).
Om E-entiteiten weer op grote schaal te laten de-annihileren vergt krachten zo groot dat daarmee universums worden gecreëerd en kan dus alleen in de paradox van de 1e hoofddimensie. E-entiteiten komen niet voor in de 2e hoofddimensie omdat hier altijd sprake is van een plaatselijke werking van de donkere energie, een vacuüm type 3 dat ervoor zorgt dat de E-entiteiten zich uitvouwen naar de 3-componenten van onze werkelijkheid.

Materie is een onontkoombaar product bij het uit elkaar trekken van de energie-entiteit in elektriciteit en magnetisme. Het is de drie-eenheid waaruit onze werkelijkheid is vormgegeven. Deze drie-eenheid kan positief of negatief zijn. In het heelal overheerst een van deze vormen. Daarover heb ik reeds meer geschreven. 

Ik denk dat wij onze visie op materie anders moeten gaan zien. Vanuit onze perceptie in onze werkelijkheid stellen wij ons voor dat materie waaruit elementaire deeltjes bestaan “hard” is. Zoals steen of een metaal bijvoorbeeld. De baryonen, die bestaan uit hun 3 quarks - en die de deeltjes hun massa geven – zijn gevoelig voor de sterke kernkracht. Deze deeltjes zijn dus eigenlijk de veroorzakers van dit gevoel – dit ervaren als - van harde materie voor ons. Wat wij zien als deze materie is dus eigenlijk sterke kernkracht. Misschien moeten wij materie wel gaan zien als de 3e verschijningsvorm binnen het elektromagnetisme (elektrische-, magnetische-  en massa component). Dit zou dus ook betekenen dat als er bij afwezigheid van elektromagnetisme ook geen spin (3e component) is. Er is dus niets. Binnen mijn theorie waarbij ik argumenteer dat er altijd spin is en nooit pure E zou deze benaderingswijze dus zeer wel passen.

In de natuurkunde wordt gesproken over een spin 0, wat zou betekenen dat de deeltjes stilstaan. Mijns inziens moet er dan altijd sprake van samengestelde deeltjes zoals het binden van een quark en een antiquark. De onderscheidenlijke deeltjes hebben – al dan niet “naakt” – spin.

Vanuit mijn theorie volgt ook dat er geen deeltjes zijn met een rustmassa van 0 want dan is er sprake van niets.

E bestaat niet in ons universum. Hierop ga ik later uitgebreid in. Pure energie (uit de formule van Einstein E=mc2) bedoel ik dus. Alles in onze werkelijkheid bevat de component massa, hoe weinig er besloten ligt in het meest elementaire deeltje ook.  

Als wij c stellen op 1 lichtseconde wordt de formule weliswaar E=m (E=m*12). Echter om een deeltje met een rustmassa groter dan nul tot de lichtsnelheid te laten versnellen betekent dat er oneindig veel (c2) impuls nodig is om dit te bereiken, dit kan niet in ons universum.

Om de relatie E=m dus beter te leren begrijpen zullen wij onze horizon verder moeten verbreden tot die van voor de “oerknal”.

Wij kunnen ons de zogenaamde “spaghettificatie” voorstellen als massa bijvoorbeeld een zwart gat wordt ingezogen. Om vorming van een werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld de onze waarin wij leven, te kunnen voorstellen denk ik dat wij ons een toestand van ”E” moeten gaan voorstellen. Dus om massa om te vormen naar energie (in de gedaante van “E”)  te kunnen zien moeten wij deze massa eerst versnellen met c2. Plastisch uitgedrukt betekent dit dus meer dan spaghettificatie in het kwadraat.

Volgens mij is er altijd sprake van een massa-component. Natuurlijk kunnen sommige deeltjes, die zich niet uitsluiten, zich ook voortbewegen in golfpatronen. Die golfpatronen worden echter gevormd door deeltjes en hun krachtvelden. In wezen gedragen deze deeltjes zich niet anders dan andere materie. In de kwantummechanische golf gedragen de deeltjes zich als bijvoorbeeld deeltjes in een golf water. Door de samenstelling van de golf kunnen zij bewegen, scrambelen en “tunnelen” door de golf. Anders dan bijvoorbeeld het deeltje of object te beschrijven voortbewegend in golven langs de buitenkant van een golf of een berg bijvoorbeeld want dat is een wezenlijk andere situatie. Overigens, in een gewone golfbeweging op groot niveau, bijvoorbeeld op zee is het voor mij ook aannemelijk dat een bepaald object dat beweegt in de golf ook op enig moment door de golf kan verplaatsen en aan de andere kant van de golf weer naar buiten komt en meebeweegt. Het theoretische tunnelen van kwantumdeeltjes lijkt mij dus niet alleen voorbehouden aan die deeltjes maar kan ook spelen op groter niveau.

Fotonen bezitten zeer weinig massa en bewegen daardoor in ongebonden staat met hoge snelheid richting buitenzijde universum. (Veroorzaakt door de DONKERE ENERGIE, het vacuüm type 3 zoals ik omschrijf).

Doordat de fotonen zeer weinig massa hebben in de golfbewegingen hebben zij geen binding met overige deeltjes die op hun beurt weer om die fotonen heen bewegen, die fotonen zijn dus “naakt”. Dit ligt anders bijvoorbeeld bij fotonen die zich in- en rondom de atomen voortbewegen. Daar maken zij veelal deel uit van het complex van deeltjes waardoor deze deeltjes niet meer “naakt” zijn maar omgeven door allerlei andere deeltjes – ook fotonen – die krachten uitoefenen. Om de precieze sterkte en uitwerkingen van deze deeltjes te duiden moeten zij gerenormaliseerd worden. Zo ook de fotonen in die gebieden.

De fotonen gedragen zich daar anders als in de golf. Ongerenormaliseerd gaan zij verbindingen en acties aan met andere deeltjes en kunnen zij zich anders gedragen als in de golf. Zij kunnen vanwege hun spin (1) in diverse richtingen draaien of tot een andere natuurlijke draaiing geforceerd worden door de aanwezigheid van de andersoortige deeltjes daaromheen en hun krachtvormen.

Anders is het in de golf, hier is geen interactie verder (buiten materie etc. en andere deeltjes die zij op hun weg tegenkomen en interactie mee aangaan natuurlijk). In de golf zijn de fotonen “naakt” en volgen slechts een spinrichting. Daardoor kunnen zij zich richten en aantrekking onderling magnetisch over grote afstand doorgeven. De deeltjes onderling hebben een gelijke elektrische lading en stoten elkaar af, doch dat speelt zich af op de korte afstand onderling.

Is te verifiëren dat zij een eenduidige spin hebben in de golf? Ik denk het wel, als er een negatieve elektromagnetische fotonenstraling in een spectrum valt te creëren dan is mijn stelling onmogelijk. Van negatieve elektromagnetische “naakte” fotonenstraling in een golf heb ik echter nog nooit gehoord. Als fotonen zich in een golf met een niet eenduidige spin zouden kunnen voordoen dan  zouden er ook klonteringen van fotonen aan elkaar moeten kunnen voordoen, of annihileren maar dat zien wij ook niet (en zeker niet op grote schaal) gebeuren. Dat zien wij ook niet gebeuren met fotonen rondom elektronen en ook niet fotonen die zich in bepaalde combinaties gebonden hebben in de kernen. Daar is mij nog niets van gebleken.

De fotonen rondom het atoom en de kernen hebben dus een andere gedraging door de deeltjes waarmee zij interacteren. Echter er is wel een aantrekkingskracht in en rondom de atomen – ook door aanwezige andere deeltjes - die zorgt dat de fotonen toch traploos geconcentreerd naar buiten toe elkaar iets aantrekken en dus hun kracht doorgeven. Een in een bepaalde situatie andersom draaiende foton is een anti-foton en heeft een tegenovergestelde lading en uitwerking. Ik denk zelfs dat het zeer wel mogelijk is dat fotonen in elektromagnetische straling in de ruimte als er al tegenovergesteld draaiende bij zijn door hun “naaktheid” als gevolg van de verder reikende magnetische (verder reikend dan het individuele elektrische moment) momenten gaan richten als een soort kompasnaalden. Of annihileren met reguliere fotonen.

Dat elektromagnetische straling in golven schijnt voort te planten komt naar mijn vermoeden ook dat de uitzendende bron de fotonen in “porties” loslaat. Dus niet in een constante stroom. De bron heeft de neiging om de deeltjes zo lang mogelijk vast te houden. Rekening houdend hiermee is het misschien een suggestie om beter te kunnen vaststellen waar en met welke snelheid en richting een deeltje zich in een golf bevindt.

Zwaartekrachtslenzen zien wij gebeuren, elektromagnetische straling (dus ook de deeltjes – de fotonen die de straling door hun spin (en zeer geringe massa) en lading opwekt) wordt afgebogen.

De aantrekkingskracht van onze Maan is ook onomstreden. Optreden eb en vloed is een vaststaand gegeven. Meer of minder getijdenwerking hangt zuiver af van de hoeveelheid licht die wij van de Zon ontvangen hier op Aarde en dus ook van de hoek waarin dit weerkaatst wordt. De getijden zijn dus geen gevolg van donkere materie maar van licht.

Fotonen trekken elkaar via de elektromagnetische straling aan. Dat zien wij dus gebeuren. Wij kunnen dit gegeven niet negeren. Door hun massa en spin ontstaat er een elektrisch moment en een magnetisch dipoolmoment.

De fotonen hebben - door hun enorme draaisnelheid een relatief gezien hele sterke elektromagnetische werking - en leveren dus altijd en overal hun (niet geringe) bijdrage aan de elektromagnetische straling in ons universum.  

Deze aantrekking (denk ook aan het begrip zwaartekracht) is op kwantum- en kosmisch niveau aanwezig. Hierbij draagt de magnetische veldwerking verder dan elektrische veldwerking. Het magnetische veld trekt aan op grote(re) afstand.
Het elektrische veld op korte afstand stoot af omdat fotonen een zelfde oneven elektrische lading hebben (spin 1 – oneven, dus elektrisch afstotend-). Magnetisch kunnen zij zich rangschikken.
Ook motiveer ik verder in mijn stukken waarom ik denk dat alle massa van een foton niet enkel toe te schrijven is aan bewegingsenergie maar ook aan een component van echte massa. En die component is onontbeerlijk, ook en met name, waardoor het krachtenspel op kosmisch niveau mogelijk wordt.

Door hun bijzondere eigenschap kunnen fotonen door hun magnetische component aangetrokken worden tot andere deeltjes zoals elektronen bijvoorbeeld. Elektrisch gelijke ladingen op korte afstand stoten elkaar weliswaar af, maar eerst brengt het magnetisme ze tot elkaar.

Fotonen rondom een elektron worden aangetrokken. Rond het elektron stoten fotonen elkaar –  elektrisch -  af zodat zij op afstand van het elektron blijven. Het elektron is een lepton (dus eerste generatie – elementair -  materie). 

Fotonen worden ook aangetrokken – of maken deel uit van - door baryonische massa. (Baryonen groepsnaam voor deeltjes die gevoelig zijn voor de sterke kernkracht (hadronen). Hadronen: (halftallige spin en opgebouwd uit drie quarks).

In- of bij de bouwstenen van de baryonen moeten ook fotonen voorkomen. Zie bijvoorbeeld bij een kernbom waarbij fusie of -splitsing van de kernen plaatsvindt. Duidelijker kan bijna niet. (Vanuit mijn visie dat pure energie (niet te verwarren met krachtvelden) niet voor kan komen in ons universum dan. Alles bevat een materie-component). Bijvoorbeeld een neutron valt uiteen in een proton, elektron en neutrino. De aanwezige elektronen lijken mij op het moment van kernreactie niet “naakt” maar omgeven door fotonen die in massa uitwijken uit het gebied waar de reactie plaatsvindt.

Binnen in kern spelen zelfde effecten met fotonen als rondom het elektron. Zij binden niet maar houden elkaar onderling op afstand en sluiten dus een onevenredig aantal uit. Net als elektronen elkaar op afstand van de kern houden.

CRSK (Cumulatieve residuele sterke kernkracht)  

Residueel is er aan de rand van de kern (aan het eind Yukawa potentiaal) dus ook nog een soort restkracht aanwezig die ook nog niet gebonden fotonen aantrekt.  Om de kern is echter geen verdere plaats voor binding en de fotonen houden dus restafstand van elkaar in wolkvorm in combinatie en interactie met de fotonen om de kern.

Ik wil dus zeggen dat er de sterke kernkracht wel over zeer korte afstand reikt (1/r-7) maar dat er een effect is – veroorzaakt door fotonen dat zich universeel uitstrekt en dus door zijn verschijnsel onze werkelijkheid waarin wij leven mogelijk maakt.

Rond kernen en elektronen zijn dus fotonenopeenhopingen. Traploos trekken deze in alle richtingen aan elkaar tot in de verste uithoeken van het universum. Deze “ophopingen” vormen dus mede met de fotonen om de elektronen in het atoom de ankers van de zwaartekracht waaraan het hele spel van aantrekking  in ons universum tot in de verste uithoeken op is gebaseerd. Donkere materie, zwaartekracht en magnetisme zijn hierin vertegenwoordigd en vinden hier (deels) hun oorsprong en werking.  

Baryonen genereren sterke kernkracht maar basis is de zwakke kracht onderling. Doch door quarks verwordt dit tot sterke kracht met korte reikwijdte. De (ook de elementaire) deeltjes van de kernen met hun spin en massa veroorzaken de mix van de zwakke krachten in de kern die door de baryonische samenstelling een zeer sterke binding hebben (in de hoedanigheid van de sterke kernkracht).

In alle aangenomen krachten zijn bosonen types de dragers van die kracht de bindende elementen. W, X en Z boson voor de zwakke kracht, gluonen voor de sterke kracht; fotonen de elektromagnetische kracht en hypothetische gravitonen voor de zwaartekracht. De laatsten overbodig volgens mij.

Ook denk ik dat alles terug te voeren is naar spin en massa zoals boven omschreven. Ook alle andere deeltjes zullen hun rol spelen en delen allen mee in het spel van spin en massa, bovendien vervallen de meesten hiervan zeer snel.

Er is consensus betreffende de elektromagnetische kracht en zwakke kracht als zijnde een optredende fundamentele natuurkracht. (De elektrozwakke wisselwerking).

De zwakke kracht is in mijn ogen niets anders dan een afvalproduct van het elektromagnetisme. Daar waar door veranderingen in bijvoorbeeld spin of andere processen een andere aantrekking ontstaat zullen de deeltjes onderling “loslaten”. Dit verandert echter niets aan de aanwezigheid van de elektromagnetische kracht. Wel in werking en intensiteit natuurlijk.

Daar waar voor de zwakke kracht 3 veldvergelijkingen volstaan zijn om de sterke kracht te omschrijven al minstens 8 veldvergelijkingen nodig. Naar mijn inzicht blijft het ook hier een kwestie van een mix van aantrekking van velden gegenereerd door de deeltjes die gevoelig zijn voor de sterke kracht en niet verder of meer dan dat. Daardoor kan ook de reikwijdte van deze kracht zeer klein blijven. Dat deze kracht zo sterk is en deeltjes met zoveel overmacht aan elkaar bindt moet aan de samenstelling van de – niet naakte - quarks liggen. Deze mix veroorzaakt een zodanige aantrekking dat de sterke kracht op kan treden. Het blijft echter allemaal terug te voeren op een fundamentele kracht: de elektromagnetische kracht. De kracht opgewekt door deeltjes (ook elektronenvelden etc.).

Daar waar de elektromagnetische kracht en de zwakke kracht dus samen smelten tot de elektrozwakke wisselwerking versmelt de sterke kracht dus ook met de elektromagnetische kracht: de elektrosterke kracht.

Rondom – als residueel effect – is er echter altijd nog een zekere hoeveelheid “naakte” fotonen aanwezig die wel aangetrokken worden maar niet kunnen binden omdat de bindingscapaciteit al verzadigd is. Deze fotonen houden zich door hun elektrische lading – die gelijk is en dus afstotend – op afstand van de kern. (Rond elektronen speelt dit effect ook). Magnetisch trekken zij elkaar dus wel aan.

Fotonen hebben in tegenstelling tot vele andere zeer kleine deeltjes - die binnen fracties van seconden vervallen of verbindingen aangaan -  een oneindige levensduur en oefenen dus zowel over oneindige afstanden maar ook over oneindige tijden hun werking uit. Dat objecten, planeten, zonnestelsels etc. onderling elektrisch neutraal zijn staat het effect van aantrekken over grote afstand niet in de weg.

Aantrekkingskracht op kwantum niveau, overgaand naar kosmische schaal wordt veroorzaakt door de magnetische veldwerking van fotonen. Die veroorzaakt aantrekking en is gelijk aan wat wij de zwaartekracht noemen. Bij elkaar vertolken de fotonen, die individueel een – nagenoeg – verwaarloosbare gravitatiewerking hebben een fenomenale factor in het functioneren van onze werkelijkheid. (Andere deeltjes veroorzaken natuurlijk ook aantrekking etc. maar fotonen spelen de hoofdrol in de zwaartekracht en wat wij donkere materie noemen) 

Ik denk dus dat er – in ons universum - slechts een fundamentele natuurkracht bestaat. Dat is de elektromagnetische kracht. (Tevens is deze kracht verantwoordelijk voor de DONKERE MATERIE die wij nog zoeken).

Buiten ons universum, in de door mij veel beschreven “paradox” is er sprake van een andere fundamentele situatie. Daar is de elektromagnetische kracht nog niet tot de 4-dimensionale structuur “uitgevouwen” die wij hiervan waarnemen in onze werkelijkheid.

Grofweg is het bovenstaande mijn visie op het geheel. Verder is het stuk en ook de eerdere en verdere hoofdstukken ga ik nader in op mijn zienswijzen.



Korte verklaring van door mij gebruikte termen


De “Paradox”

Hiermee bedoel ik de 1e hoofddimensie


(Nogmaals kort) over de eerste hoofddimensie

In mijn stukken maak ik een verschil tussen het oerheelal en het universum waarin wij wonen. Voor het gemak noem ik dit een één-dimensionale toestand. Ik verwijs naar alles wat ik hierover al geschreven heb. Dit oerheelal, luistert naar de wet E=mc2, waarin E de heersende toestand is. Onze dimensie is een uiting van de eerste hoofddimensie met als resultaat een tweede hoofddimensie, die  de subdimensies lengte, breedte, hoogte en afstand en tijd in zich heeft. De ontladingen binnen de eerste hoofddimensie geven verstoringen die onze vier subdimensies  veroorzaken. De eerste hoofddimensie is energie, de tweede hoofddimensie is de resultante hieruit: materie en elektromagnetische kracht. Een hierboven genoemde ontlading kan de grootte hebben in doorsnee van honderdduizenden lichtjaren. Veel groter en veel kleinere varianten kan ook. Maar zeker niet die van de grootte van een oerknal.

De eerste hoofdimensie bezit oneindige energie. De subdimensies van de eerste hoofddimensie zijn te onderscheiden in: geen tijd en geen afstand terwijl er ook oneindige tijd en oneindige afstand in besloten ligt. Dit alles in een vorm van een soortement van oneindige maar toch 1 dimensionale toestand, een oneindige punt. Het verschil in “spanning” tussen geen en oneindig, dat natuurlijk oneindig is, veroorzaakt de ontladingen. In deze dimensie zijn materie, elektriciteit en magnetisme nog niet gevormd.

Paradoxaal,  denk je eens in! Deze dimensie heeft de eigenschappen geen tijd versus oneindige tijd en geen afstand versus oneindige afstand. Allemaal verenigd in één dimensie! Deze dualiteiten die allemaal tegelijkertijd op elkaar inwerken moeten wel tot ontlading komen, de spanning is immers oneindig. Want welke wint? Die van de eindigheid of oneindigheid?
Het kan niet anders dan dat de ontladingen voorkomen in oneindige aantallen. Elke keer met een nieuw universum tot gevolg. Deze hoofddimensie is de ultieme verschijningsvorm van de “E” in de formule van de speciale relativiteitstheorie van Einstein (E=mc2). 


Vacuüms

Eerder in mijn theorie heb ik een beschrijving gegeven hoe ik de vacuüm-toestanden in ons universum definieer. Ik hanteer 3 begrippen van vacuüm:
·         Vacuüm type 1 zoals wij dit op Aarde of op een ander object kunnen creëren;
·         Vacuüm type 2 zoals deze heerst in de ruimte;
·         Vacuüm type 3 de donkere energie
Type 1 en 2 zitten in uitwerking heel dicht bij elkaar, alleen in de plaats waar het zich voordoet heb ik een onderscheid in gemaakt. Type 3 heerst over alle andere typen vacuüms.



Mijn definitie van "heelal" en "universum"

Met het heelal bedoel ik alles, dus de 1e hoofddimensie en inbegrepen alle  2e hoofddimensies. Met een universum (2e hoofddimensie) bedoel ik onze 4-dimensionale werkelijkheid en alle andere 4-dimensionale ontladingen in het heelal. (Zie mijn eerdere uitgebreidere beschrijvingen). Als ik spreek over het “oerheelal” dan bedoel ik ook de1e hoofddimensie.  


Anti-singulariteit

Het gebied (de donkere energie) waarin de sterrenstelsels steeds sneller naar de 1e hoofddimensie worden toegetrokken. (Zie mijn eerdere publicaties). Zie ons universum als de dooier en de donkere energie als het eiwit waar de dooier met geweld ingetrokken wordt. Daarbuiten ligt het oerheelal, de eerste hoofddimensie. Het 1-dimensionale oerheelal is veruit superieur in zijn eigen krachtwerking als een universum. Dit maakt dat een oerheelal niet een universum binnendringt maar juist dat een universum (zoals onze werkelijkheid, met achtergrondstraling en al) met grote kracht richting 1e hoofddimensie wordt gezogen. 


CRSK (Cumulatieve residuele sterke kernkracht)  

Cumulatieve Residuele Sterke Kernkracht. Hiermee bedoel ik mede het aan de grens van de kernen gelegen gebiedje waar de sterke kernkracht nog niet geheel zijn werking verloren heeft zodat er een deel overblijft dat zich verder uitstrekt dan de kern. Dit moet de fotonen net voldoende anker geven (denk ook aan de elektronenwerking om de kern) om de aantrekkingskracht tussen de fotonen iets te concentreren (veel is niet nodig) waarna zij hun aantrekkingskracht verder aan elkaar kunnen doorgeven en dus de zwaartekracht geboren is. Tevens de aantrekkingskracht tussen de objecten. Of zij elektrisch neutraal zijn heeft hierin geen betekenis. De massa daar gaat het om. Het effect dat ik benoem is sterk zat om de hemellichamen in hun baan te houden bijvoorbeeld. (Zie ook eerdere publicaties).  

Residueel is er aan de rand van de kern (aan het eind Yukawa potentiaal) dus ook nog een soort restkracht aanwezig die ook nog niet gebonden fotonen aantrekt. Om de kern is echter geen verdere plaats voor binding en de fotonen houden dus restafstand van elkaar in wolkvorm in combinatie en interactie met de fotonen om de kern.

Ik wil dus zeggen dat de sterke kernkracht wel over zeer korte afstand reikt (1/r7) maar dat er een effect is – veroorzaakt door fotonen dat zich universeel uitstrekt en dus door zijn verschijnsel onze werkelijkheid waarin wij leven mogelijk maakt.

Rond kernen en elektronen zijn dus fotonenopeenhopingen. Traploos (1/r2) trekken deze in alle richtingen aan elkaar tot in de verste uithoeken van het universum. Deze “ophopingen” vormen dus mede met de fotonen om de elektronen in het atoom de “ankers” van de zwaartekracht waaraan het hele spel van aantrekking  in ons universum tot in de verste uithoeken op is gebaseerd. Donkere materie, zwaartekracht en magnetisme zijn hierin vertegenwoordigd en vinden hier (deels) hun oorsprong en werking.  


Canvas van straling

Het canvas van straling moet je zien als een soort van 4-dimensionaal elastiek, in dichtheid wisselend membraan dat in alle richtingen aan elkaar trekt. Het maakt ook niet uit of objecten die dus onderling aan elkaar trekken qua lading elektrisch netto neutraal zijn. Het is het canvas van straling dat zowel op kwantummechanische- als kosmische schaal als een gecombineerde kracht werkzaam is. De “ankers” van dit canvas berusten in- en rond de atoomkernen. Fotonen, in tegenstelling tot vele andere deeltjes die zeer snel vervallen,  met een oneindige levensduur vormen de hoofdrol van het canvas.  


Copyright Fred Baumgart

woensdag 4 september 2019

Donkere materie, fotonen, straling en zwaartekracht - HOOFDSTUK 3 – nadere inleiding visie tot Donkere Materie


Kan straling van fotonen objecten wegduwen?

Dat is een interessant gegeven want:

·         dan zou straling zowel een afduwend als aantrekkend effect tegelijkertijd (kunnen?) hebben, tenzij in de lengterichting van de bundel een ander effect plaats vindt als in de breedte van de lichtstraal;
·         zeer krachtige lasers vernietigen hun doel in plaats van het met geweld weg te blazen. Straling wordt dus (al dan niet deels) opgenomen. Wat niet opgenomen kan worden of weer uitgestraald veroorzaakt vernietiging en op zijn minst beschadiging van het object ten gevolge van de opname van (een deel van) de aangestraalde straling.

Dit gegeven lijkt mij ook eens aardig om te bestuderen middels wetenschappelijke experimenten. Het lijkt mij zeer interessant om objecten (als zij geraakt worden door krachtige lasers) onder diverse omstandigheden te bestuderen en te kijken wat de effecten zijn.
Hebben zij de neiging om aangetrokken te worden tot de straal of juist weggeduwd bijvoorbeeld. Wat ik zie is dat het door het object heen snijdt of er gewoon dwars doorheen gaat.

Bij wegduwen zou een verdichting van de bundel – tenzij de bundel geheel of gedeeltelijk weerkaatst wordt - in de lengte voor de hand liggen. In dat geval neemt het aantrekkende effect ook toe over het canvas van straling gezien. Immers de intensiteit neemt toe van de aanwezige straling. De snelheid van de golf neemt dan blijkbaar ook af. Zijn de fotonen van de golf dan ook materie geworden met een rustmassa groter dan 0? Want de snelheid is dan immers lager dan de lichtsnelheid.

De relatieve hoeveelheid straling zorgt voor de vorming van de baan en positie van objecten in ons universum. Rechtstreekse fluctuaties in de straling zoals veroorzaakt door onze Maan veroorzaken effecten als getijden. Zou straling objecten wegduwen dan zou er geen bult ontstaan bij de getijden maar een “deuk” bijvoorbeeld, een omgekeerde vloed. Ik spreek dus expliciet over fotonenstraling, overige straling zoals deeltjesstraling uitgezonden door de Zon bijvoorbeeld bedoel ik niet.

Overigens is het grappig om te overzien dat de werking van het canvas van straling tussen bijvoorbeeld 3 objecten (Zon, Aarde en Maan) elkaar in werking (aantrekkingskracht naar het object toe) kan opheffen. Op enig punt of punten (bij wisselende aantallen objecten) is de aantrekkingskracht tussen object 1,2 of 3 gelijk.


Zonnewind en zonnezeilen

In samenhang met mijn stellingen neemt dit gegeven een  vreemde plaats in. Er zijn experimenten aan de gang of reeds al gedaan waarmee met grote zeilen in de ruimte een object het universum ingeblazen wordt door middel van de zonnewind.

Dit lijkt strijdig te zijn met mijn theorieën. Het lijkt dat alsof directe fotonenstraling objecten in de lengte afduwt en in de canvaswerking juist aantrekt. Ik denk dat het met steeds grotere snelheid verwijderen in de ruimte van een object mede wordt veroorzaakt door deeltjesstraling (elektronen, protonen e.d.) welke zijn ontsnapt aan de gravitatie van een ster. De maximale bijdrage in snelheid van een object lijkt mij in dit geval van deeltjesstraling niet meer te kunnen bijdragen als tot maximaal ca 500 a 700 km per seconde.

Het lijkt dat door fotonen aangedreven zonnewind dus niet mogelijk is. Tenzij de materiele samenstelling (dikte en materiaal) van de zeilen zodanig is dat er (door weerkaatsing) geen - of nagenoeg geen - “ankerwerking” in de atomen van waaruit het zeil is samengesteld kan optreden. Om ook nog een object met toenemende snelheid voort te trekken dat voortgetrokken wordt door het zonnezeil lijkt mij dan op basis van fotonenaandrijving alleen onder dit soort omstandigheden te kunnen voortkomen. Het effect zal – in tegenstelling tot de ontelbare andere objecten in de ruimte - zeer gering zijn. Mijn theorie is dus dat de aantrekking vele malen groter moet zijn dan onder eventuele speciale en gecreëerde afstotende omstandigheden. Hoe het ook zij, om te kunnen werken moet de samenstelling van het lichtzeil voldoen aan de voorwaarde dat de ankerwerking in de atomen van het lichtzeil dusdanig verstoord is dat er een omgekeerde - dus afstotende (dun, licht en weerkaatsend) - werking is ontstaan.  
Natuurlijk is de relatieve afstand en massa van een object in de nabijheid of waarvan het zonnezeil zich moet verwijderen van groot belang. Als je zou starten met uitvouwen, vlak boven de grond hier op Aarde valt het zeil meteen naar de grond. Je moet dus ver genoeg af zijn van het object waarvan je afstand wilt nemen. Natuurlijk moet je ook zorgen dat er geen andere objecten hun gravitationele invloed kunnen uitoefenen op het zeil.    

Tevens zal het zeer de moeite waard zijn om te onderzoeken welke straling er wel en welke er niet door het zeil heen gaat en tot waar in het spectrum er weerkaatst gaat worden door het zeil.

Net als de ontsnappingssnelheid van fotonen van de ster moet licht dat ontsnapt van het zonnezeil ook een ontsnappingssnelheid hebben. Het lijkt mij niet dat een zonnezeil – ook gezien binnen het kader van mijn theorieën over deze onderwerpen - een negatieve ontsnappingssnelheid van fotonen kan kennen.

Is dit gegeven van voortstuwing op basis van fotonen-zonnewind verifieerbaar en/of falsifieerbaar?
Ja, met een of meer krachtige (op kernbrandstof werkende) laser(s) in de ruimte (of indirect aangestraald via de Aarde, dat is beter dan rechtstreeks) zouden wij zeer gericht in frequentie variabele fotonenstraling kunnen loslaten op een zonnezeil. Een hoog energetische laserstraal afvuren tezamen met de al reeds aanwezige zonnestraling zou natuurlijk een geweldig onderzoeksperspectief brengen.

Met het zonnezeil wordt een verandering in het ter plaatse aanwezige canvas van straling aangebracht. Immers achter- en voor het zeil treedt een verandering in samenstelling in intensiteit van het canvas op waardoor het effect kan optreden. (Bij zware objecten aantrekking en bij superlicht – zonnezeil afstoting).


Hoe kunnen fotonen hun snelheid, onder andere die van zichtbaar licht, bereiken?

Ik heb hier vaak over nagedacht en kan nergens een antwoord hierover lezen. Voor mijzelf visualiseer ik het als een cumulatieve “superordening” als gevolg van een evenement dat op grote schaal gebonden fotonen vrijlaat in de lengterichting van de straal gericht of rondom de bron.

Zoals ik het visualiseer en probeer over te brengen gebeurt er iets als volgt:
Vanuit de “trigger”, bijvoorbeeld een lamp of andere oorzaak wordt er straling van verschillende energierijkheid geproduceerd vanuit een bron. Deze straling van fotonen verdwijnt vanaf de bron in alle richtingen met de (relatieve) lichtsnelheid onder correctie van de vacuümfactor (straling die vanuit de bron direct in- of door het object zelf beweegt even buiten beschouwing gelaten) zoals ik deze elders in dit stuk omschrijf. De fotonen die uitgezonden worden vanuit de bron komen uit alle richtingen uit de atomen in- en vanuit de nabijheid van de bron en ook uit de vrije ruimte (het canvas van straling). Dit canvas zorgt weer voor aanvulling van het evenwicht van fotonen ter plaatse.

De fotonen worden begrenst in hun snelheid tijdens dit proces in hoeverre de vacuümfactor dat ter plaatse toelaat. In de lengterichting kunnen fotonen dus nooit vrij worden in ons universum, simpelweg omdat zij niet uit de straal kunnen ontsnappen. De onderlinge afstand van de fotonen in de golf geeft de intensiteit van de straling aan in mijn voorstelling.

Superordening of supervrijlating na een evenement volgt altijd na de binding ten gevolge van de CRSK (afkorting van: Cumulatieve Residuele Sterke Kernkracht - zie nader in dit stuk-). De Werking van de CRSK zorgt voor het proces van bindingsoptimum dat altijd actief is.


Kan straling het effect veroorzaken dat wij “donkere energie” noemen?

Neen, dat kan niet. Donkere energie wordt door een ander fenomeen veroorzaakt naar mijn stellige overtuiging. In een woord gezegd, omdat dit buiten het kader van dit artikel valt, schrijf ik dit toe aan een vacuümwerking. Deze vacuümwerking vormt in het gehele samenspel in ons heelal een unieke  en bijzondere plaats en belang in de werking hiervan. Voor mijzelf heb ik het voorlopig de term “anti-singulariteit meegegeven”. Dit betreft een overgangsfase en komt ook veelvuldig voor in het multiversum. In een ander blogonderwerp heb ik hier al meer mijn gedachten over laten gaan. Zie de links: https://fredbaumgart.blogspot.com/2015/11/het-vacuum-type-3-anti-singulariteiten.html en https://fredbaumgart.blogspot.com/2018/04/anti-singulariteiten-vervolg.html Voor de goede orde: ik zie donkere energie niet als aan vorm van negatieve zwaartekracht. In onderwerpen hierna wil ik verder ingaan op wat ik zie als negatieve zwaartekracht.


Casimireffect

Het hierboven beschreven effect is niet gelijk- of vergelijkbaar met het Casimireffect of ander effect waarbij de creatie van materie intern in het universum geschiedt. In het kort gezegd is mijn visie dat de creatie van materie een reactie is op een (veelvuldig) optredende 4-dimensionale verstoring in de oervorm van het heelal. Zie mijn blogs over dimensies.  


Zwaartekracht, verwar ik geen dingen met elkaar?

Zwaartekracht is een fenomeen, een fundamentele natuurkracht genoemd, die nog door volop mysterie omgeven is. Is de uitwerking van de aantrekkingskracht tussen objecten zoals hierboven omschreven hieraan toe te schrijven?

Er zijn formules voor om deze onderlinge aantrekkingskracht precies uit te rekenen (Newton, Einstein).

Tenzij je de straling ziet als factor waardoor deze "zwaartekracht" zich onderling kan manifesteren, ook tussen objecten, zal het nog lang een mysterie blijven schat ik in.


Zwaartekracht, een fundamentele natuurkracht? (De relatie 1/r^7 en 1/r^2)

In mijn visie is zwaartekracht geen fundamentele natuurkracht te noemen omdat het verschijnsel dat wij zwaartekracht noemen naar mijn overtuiging optreedt als gevolg van een bijwerking van de onderlinge aantrekkingskracht van bundels van kris kras door elkaar heen bewegende straling. De oorzaak van optreden van het verschijnsel zwaartekracht ligt hem naar mijn stellige overtuiging in de residuele werking van de sterke kernkracht in de atoomkernen (CRSK) op de stralingsdeeltjes (fotonen) waardoor een soort (naar omstandigheden variabel) effect van toegenomen deeltjes om de kernen ontstaat, vergelijk het met ijzervijlsel (driedimensionaal) om een magneet steeds verder van de kern wordt het effect natuurlijk ijler maar blijft de straling zich wel onderling aantrekken. Hierdoor ontstaat het effect "zwaartekracht" (De relatie 1/r^7 en 1/r^2). 

  
De ankers van de “zwaartekracht”

De hiervoor genoemde deeltjes in de ruimte van de atomen zie ik als de "ankers" van  waaruit zich het hele krachtenspel opbouwt die ons universum en het gehele heelal hun werkelijkheid geven. Zonder deze ankers is er geen heelal mogelijk. In een ander blogonderwerp (  https://fredbaumgart.blogspot.com/2017/03/zwaartekracht-een-fenomeen-dat-optreedt.html ) ben ik al nader ingegaan op deze “ankers”. De samenstelling van het soort atoom heeft grote invloed op de werking die deze ankers uitoefenen.

Rondom de atoomkernen beschrijven de elektronen hun banen op verschillende niveaus. Dit is vaak beschreven en deze baanverwisselingen (hoger of lager) gaan gepaard met het loslaten of invangen van een foton. Rondom de kernen moeten er dus altijd en overvloedig fotonen aanwezig zijn die hun rol in het spel van binden en loslaten vervullen. Dit vindt in immense  aantallen plaats.   


Elektromagnetische kracht en zwaartekracht zelfde verschijnsel? 

Ik denk dat zowel de elektromagnetische kracht als de zwaartekracht beiden overgebracht worden door fotonen (reikwijdte 1/r^2 afname in afstand). De zwaartekracht wordt hypothetisch overgebracht door gravitonen waarvan ik denk dat dit overbodig is te stellen. Vanuit mijn theorieën volgt de verklaring dat ook de zwaartekracht wordt overgebracht door fotonen. De elektromagnetische golven geven in hun canvasverband mede het effect.

Dit houdt in dat beide effecten veroorzaakt worden door de zelfde bron en in feite een fundamentele natuurkracht zijn. Dit zou inhouden dat er niet vier maar drie fundamentele natuurkrachten zijn. De sterke- en de zwakke kernkracht en de elektromagnetische/zwaarte kracht (EZK). De eerste twee op kwantumschaal en de derde zowel op kwantum- als kosmische schaal.

Dus licht: - een golf – heeft een elektrische- en een magnetische component die loodrecht ten opzichte van elkaar bewegen. De magnetische component (ook in de context van het canvas van straling) is ten zeerste actief bij het optreden van het verschijnsel dat wij “zwaartekracht” noemen.


Zwaartekracht emergent?

Wat wij ervaren als zwaartekracht is het logische gevolg uit de door mij omschreven effecten van mijn stelling. Het omschreven effect is er aanwijsbaar, niet alleen, maar ook in de atomen en in het multiversum, (voor de simpelheid even gesteld dat er geen afwijkende omstandigheden kunnen bestaan tussen universums onderling bezien). Overal doet zich het effect zich - oneindig precies tot achter de komma - voor.   


Copyright Fred Baumgart